04 januari 2015

De wurggreep die zichzelf in stand houdt

Ik lees momenteel 'Verandering van tijdperk' waarin Jan Rotmans zijn ideeën over de kantelende samenleving uiteenzet.

Een zin in het hoofdstuk over de gezondheidszorg triggerde mijn gedachten:

"De relatie tussen zorgverlener en zorgvrager was ooit gebaseerd op vertrouwen, aandacht, passie en bezieling. Die relatie is verworden tot een relatie tussen zorgleverancier en cliënt op basis van kosten, doelmatigheid, efficiency en afrekenbare doelen."

Het ging me niet om de gemakkelijk te bedenken parallel met het onderwijs.

Wel om gedachte dat de betrokken partijen (leverancier en klant) vooral gezamenlijk een vicieuze cirkel hebben laten ontstaan die inmiddels het systeem kenmerkt dat we hebben gebouwd in de relatie tussen leverancier en klant, in zowel zorg als onderwijs.
  1. Als klant eisen we van zorg en onderwijs steeds meer meetbare kwaliteit, bewijslast enzovoort. Voorbeelden: ouders hunkeren naar hoge CITO-scores voor hun kinderen; we eisen inzicht in de resultaten van een ziekenhuis.
  2. Organisaties in zorg en onderwijs kunnen niet blijven bestaan als ze vervolgens geen goede cijfers en meetbare resultaten kunnen presenteren. Alle energie gaat daar vervolgens naartoe, want een arm om de schouder van een patiënt of aandacht voor creativiteit in het onderwijs is immers niet zo meetbaar. Daarbij komt nog dat deze organisaties keihard worden afgerekend als er iets misgaat in bijvoorbeeld een vastgelegde procedure. Investeren in en produceren op "kosten, doelmatigheid, efficiency en afrekenbare doelen" loont omdat wij klanten (1) dat eisen.
In deze wederzijdse wurggreep zit de paradox besloten dat zowel klanten als leveranciers eigenlijk niet gelukkig zijn met de situatie. "Vertrouwen, aandacht, passie en bezieling" maken het in alle opzichten beter zowel voor leverancier als voor klant. We weten het, maar...

Ondertussen maakt technologie het alleen maar gemakkelijker cijfers te genereren, te presenteren, te vergelijken. Dit zorgt ervoor dat bovenstaande 'ratrace' in een steeds hogere versnelling gaat. De boel zal oververhit raken als we niets doen. We kunnen erop wachten tot de boel ontploft of ervoor kiezen samen een radicaal andere manier van werken te zoeken. Gemakkelijk is dat niet.


3 opmerkingen:

  1. Het fenomeen dat niemand gelukkig is met een bepaalde situatie en er desondanks niets schijnt te veranderen (onder het oppervlak broeit er vaak wel van alles), heet in de complexiteitswetenschap een 'lock-in'. In menig sociaal systeem komt dit voor: niemand wil in de file staan, maar toch gebeurt het. Niemand kiest voor een economische crisis, maar toch steken ze om de zoveel jaar de kop op. Iedereen wordt gek van teaching to the test, en toch...

    Een aantal lessen die ik leerde van de complexiteitswetenschappers:
    [1] Verspil niet teveel tijd aan het zoeken naar schuldigen en zondebokken. De situatie wordt immers door niemand gewenst. De uitkomst komt uit het systeem van interacties tussen individuen en niet uit hun individuele gedrag.
    [2] Lock-ins zijn vaak niet in beton gegoten. Systemen kunnen weer in beweging komen als bepaalde drempelwaarden worden overschreden. Denk aan Rotmans' stelling dat bij 20% kantelaars de rest van de mensen in het systeem gaan volgen.
    [3] Mede daarom is het zo belangrijk om ruimte te pakken voor proberen en leren. Serieus proberen een nieuwe aanpak te realiseren. Binnen het opgesloten systeem of daarbuiten. En vervolgens serieus leren van alle ervaringen die je opdoet en het geleerde toepassen in een volgend experiment. In Silicon Valley noemen ze dat 'fail forward and pivot'.

    http://dodebomen.nl/2014/11/03/geef-de-schuld-niet-aan-de-journalist-its-systemic-stupid/

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank voor deze toelichting, Paul!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik herken me in je obervatie en geloof niet dat al die data altijd een stap voorwaarts zijn, sterker nog: ik ben er zeer kritisch over. De patiënt en de student als klant of consument is geen goede voorstelling van zaken. Om tal van redenen, waaronder de ongelijkheid in kennis tussen de aanbieder en de ontvanger. Meten is weten wordt vaak gezegd, maar de hamvraag is en blijft of je wel meet wat je wilt weten. Te vaak is dat niet het geval.

    BeantwoordenVerwijderen