22 september 2016

Waarom ik graag werk in de Google-omgeving

Ik werk al jaren met de applicaties van Google, zoals documenten en spreadsheets. De gebruiksvriendelijkheid is groot en ja, soms gaat dat ten koste van de geavanceerde mogelijkheden, zoals je die in het Microsoft Office-pakket vindt. De Google-omgeving is dan weer helemaal ingericht op (synchroon) samenwerken en het delen van bestanden en mappen.

Ronduit uitmuntend ten opzichte van andere diensten - het zal niet verrassen - is de zoekfunctionaliteit van Google. In mijn Gmail-archief vis ik in no time 5, 6 jaar geleden verstuurde of ontvangen mails terug door goede trefwoorden te gebruiken, aan te geven of er wel of niet een attachment bij de mail zit en in welke periode een bericht ongeveer is verstuurd of ontvangen. Ook in Google Drive is zoeken gemakkelijk en functioneel.

Waar de meeste software bestanden nog altijd ziet als fysieke documenten die maar in één kast tegelijk kunnen staan, kun je Google-bestanden in zoveel mappen tegelijk plaatsen als je wilt, waarbij het toch maar om één bestand, één versie gaat (video). In Gmail kan hetzelfde, maar dan heet het geen map, maar een label. Je geeft bijvoorbeeld een bericht of reeks berichten de labels 'administratie' en 'nog beantwoorden' en vindt ze dan onder beide labels gemakkelijk terug.

Momenteel ben ik trajecten aan het voorbereiden voor een tweetal scholen voor voortgezet onderwijs die met Chromebooks en de Google-omgeving gaan werken. Met de teams gaan we dit schooljaar de mogelijkheden verkennen om onderwijs te organiseren, inhouden en verwerkingsopdrachten te distribueren (met Google Classroom), samenwerken tussen leerlingen te bevorderen enzovoort.

Bewegend bellen: het 10.000-stappen relatiespreekuur

Maak een lijstje met relaties en collega's die je (weer eens) moet bellen. Trek je wandelschoenen aan. Begin te bellen zodra je je in een beetje rustige omgeving bevindt. Bel op je gemak, 10.000 stappen lang, de mensen die op je lijstje staan. Krabbel indien nodig wat aantekeningen op een blaadje. Heb je nog tijd over, geef je gedachten de ruimte en/of kijk om je heen.

De tip om zo een fysiek actief 'relatiespreekuur' in te richten kwam van mijn broer, en inmiddels heb ik het een aantal keren zo gedaan.

Het werkt. Ik merk dat ik ontspannen kan spreken met de ander, niet afgeleid door beeldschermprikkels of mensen in de fysieke omgeving die de aandacht vragen. Ik heb echt de tijd en de aandacht en dat heeft effect op de sfeer in de gesprekken. 

De win-win zit natuurlijk ook in de positieve effecten van het bewegen zelf: je werkt aan je fysieke én mentale gezondheid. En in het feit dat je minder gebeld wordt als je weer aan je bureau zit of met werkzaamheden elders bezig bent. Jij hebt immers de regie gepakt de mensen die je moest spreken zelf te bellen op het moment dat het jou uitkwam.

Het 10.000-stappen relatiespreekuur is daarmee een blijvertje...

21 september 2016

‘Gepersonaliseerd leren zichtbaar maken’

In 2015 bezocht ik de Nieuwste School in Tilburg voor een interview met als thema het zichtbaar maken van leren, ook voor de minder eenvoudig meetbare vaardigheden.

Op het altijd boeiende blog van Wilfred Rubens las ik dat de TU Delft een zogenaamde Learning Tracker heeft ontwikkeld en dat er onderzoek gedaan is naar het effect hiervan op de lerende door masterstudent Ioana Jivet. Het onderzoek heeft indicaties opgeleverd dat een dergelijk systeem de betrokkenheid bij lerenden vergroot en uitstelgedrag vermindert. De Learning Tracker geeft vooral informatie over inzet, bestede tijd.

De Nieuwste School had in een samenwerkingsverband van scholen een vergelijkbare Learning Tracker ontwikkeld, maar dan voor persoonlijke ontwikkeling op de 21e eeuwse vaardigheden. Onderstaand het artikel uit tijdschrift Vector (van de Fontys Lerarenopleidingen in Tilburg) uit 2015.

De opbrengst van leren is meer dan acht cijfers op een rapport. Bovendien gaan cijfers over het eindresultaat en niet over het proces. Hoe breng je continu de brede ontwikkeling van een leerling helder in kaart, met name in een school waarin gepersonaliseerd leren het devies is? Leerlingen en docenten ontwerpen hiervoor momenteel gezamenlijk een vernieuwend digitaal ‘dashboard’.

Loop een willekeurige school voor voortgezet onderwijs binnen en vraag een leerling hoe het met hem gaat. Grote kans dat hij je zijn smartphone laat zien. Op het scherm de app Magister met achter elk vak keurig op een rij het voortschrijdend gemiddelde. Voor zowel leerlingen als docenten van De Nieuwste School in Tilburg is dat niet het hele antwoord. Verre van dat zelfs. Directeur Maria Michels: ‘Er is zoveel meer te vertellen. Leren ze van feedback van de docent en van medeleerlingen? Hoe goed kunnen ze samenwerken? Nemen ze initiatief? De behoefte om antwoorden op die vragen te krijgen, zit bij ons in de genen. We gebruiken geen vaste methodes per vak, maar leerlijnen per vak en leergebied. Leerlingen volgen binnen die kaders een persoonlijk programma. Dan is het belangrijk zichtbaar te maken hoe ze vooruit gaan. De behoefte aan die informatie zit ook bij onze leerlingen. Ze willen weten waar ze staan en waaraan ze moeten werken.’

Van summatief naar formatief
Martin Vos is expert Science en mentor van de bovenbouwleerlingen met het profiel N&G op De Nieuwste School. ‘Het mentoraat hier is erg intensief. Per elf leerlingen heb je als mentor een dagdeel per week voor de begeleiding. Zo heb ik dit jaar 33 mentorleerlingen. Het zou mij hierbij erg helpen als ik meer en meer actuele informatie heb over de voortgang van mijn leerlingen. Magister is één bron, verplichte kost voor de school, maar niet voldoende. Voor mij is de vraag: waar wil je als docent en begeleider tijdig en passend op kunnen sturen, om de leerling uiteindelijk tot zelfsturend leren te brengen? Willen we die formatieve evaluatie vorm kunnen geven, dan hebben we daar goede informatie voor nodig.’

Geen afvinksysteem
Michels: ‘Mede naar aanleiding van de vraag van een aantal leerlingen, zijn we vorig jaar met een kerngroep van docenten én leerlingen een aantal keren bij elkaar gaan zitten rond de vraag: als het gaat om de voortgang in het leren, wat zou je dan willen zien? We kwamen uit op het beeld van een digitale Persoonlijke Leeromgeving mét portfolio, waarin de actuele persoonlijke ontwikkeling op het gebied van kennis en (21e eeuwse) vaardigheden gemakkelijk is uit te lezen. Het moest geen afvinksysteem worden, maar een systeem dat laat zien hoe ver je bent op verschillende gebieden. We hebben bedrijven gevraagd of ze een passend product konden maken bij onze vraag. Maar ze haakten allemaal af. Kennelijk is wat wij zoeken dus nog niet zo gemakkelijk te maken. Een bestaand product? Nee, is er niet. Dus moesten we verder zoeken.’

Kennisnet
‘Er bleken meer scholen te zijn die met deze vraag worstelden’, vult Reinier Geurts aan. Hij is expert Humanics in de bovenbouw en betrokken bij het project. ‘Het gaat dan met name om de scholen die vormgeven aan meer gepersonaliseerd onderwijs. Deze scholen zijn aangesloten bij het Platform Eigentijds Onderwijs (PLEION). Hier vonden we de samenwerking die we zochten: samen kom je verder met je idee en ben je een interessantere partij voor leveranciers. We zijn bij Kennisnet bij elkaar gekomen om in een aantal sessies te komen tot een schetsontwerp van wat we zoeken. Dat heeft ons erg geholpen om een scherper beeld te krijgen. Zo hebben we aan het leren OBIT gekoppeld: hoe staat een leerling in de stof als het gaat om de criteria Onthouden, Begrijpen, Integreren en Toepassen. Met een tradtioneel proefwerk of een toets begrijpend lezen “voor een punt” meet je vooral de eerste twee. Bij De Nieuwste School vinden we juist die laatste twee belangrijk. Die willen we dus ook in beeld brengen.’

Geïntegreerd systeem
Er ligt nu een schetsontwerp en een pakket van wensen. Vos: ‘We willen toe naar een systeem dat open en flexibel is en dat gemakkelijk te integreren is met toepassingen die we nu al gebruiken zoals sinds kort Google Classroom en Google Apps (voor documenten en het organiseren van peer feedback) en Trello (voor het organiseren van projecten volgens de scrum-methodiek). Daarin wordt immers al veel data gegenereerd. Uiteindelijk moet het systeem ook de bron zijn vanwaaruit we leerlingen straks met meer dan een diploma de wereld in kunnen sturen: een persoonlijk portret van de hele schoolloopbaan met een aanbeveling die ze zo in LinkedIn kunnen plaatsen.’ Inmiddels is er een werkgroep van tien scholen die de komende tijd verder gaat met het vormgeven van het prototype en het voeren van gesprekken met mogelijke leveranciers.

‘Meer dan kille cijfers’
Een van de PLEION-scholen die ook bij het project betrokken is, is het Vathorst College in Amersfoort. Mattijs Leeffers is er docent biologie en coördinator digitaal leren. Hij nam deel aan de sessies bij Kennisnet. ‘Leerlingen krijgen op het Vathorst steeds meer ruimte om eigen keuzes te maken, hun eigen weg te kiezen, zowel op de inhoud als op de manier van leren. Het onderwijs sluit dan beter aan bij het niveau, de leervoorkeuren en belangstellingen van de leerling. Digitale media en leermiddelen maken het steeds gemakkelijker dit te organiseren.

Maar in die andere manier van onderwijs organiseren wordt het voor de docent een extra uitdaging de voortgang van al die verschillende leerlingen te volgen, temeer omdat we ook steeds meer waarde hechten aan andere data dan alleen de kille cijfers voor proefwerken. Een voorbeeld: voor werkstukken wordt nu alleen het cijfer geregistreerd en niet de inhoudelijke feedback die een leerling gekregen heeft, en hoe deze verwerkt is. Maar ook: leerlingen doen aan het begin van een les mee aan een testje via Socrative om te kijken wat hun voorkennis is. Dat levert waardevolle informatie op, die nu verder niet opgeslagen of gebruikt wordt.

We hebben dan ook steeds meer behoefte aan een laagdrempelig te gebruiken overzicht van alles wat leerlingen laten zien op het gebied van leren. Op het Vathorst gebruiken we op dit moment Magister, maar dat biedt eigenlijk alleen de mogelijkheid cijfermatige informatie in te voeren. Dat is niet genoeg. Er zijn ook systemen voor digitale opslag van alles wat je als lerende maakt. Wij gebruiken bijvoorbeeld de Google Apps-omgeving. Maar zo’n digitaal portfolio is meestal slechts een ‘bak’ met bijvoorbeeld werkstukken, waar je niet snel relevante informatie uithaalt om leerlingen op maat te begeleiden.

We willen dan ook verder gaan. Daarom hebben we in het project met Kennisnet en De Nieuwste School de vraag gesteld: hoe zou een systeem eruit kunnen zien dat snel inzicht geeft in de voortgang, de sterke en te ontwikkelen competenties, ook op minder exact te meten skills, zoals samenwerken of creativiteit? Een dergelijk systeem moet op een visueel aantrekkelijke manier kunnen laten zien hoe een individuele leerling zich ontwikkelt. En het moet vervangend zijn voor bestaande systemen, dus niet weer iets erbij. Door hierin samen op te trekken met andere vernieuwingsscholen, zoals De Nieuwste School, kunnen we een aantrekkelijke vragende partij vormen voor potentiële leveranciers.’

28 augustus 2016

Het 20.000-Stappen-Dieet (20K-SD)

In 2015 liep ik in totaal 2000 kilometer hard. Het was onder andere een boeiend experiment in de motiverende kracht van technologie: in dit geval het met een GPS-horloge al je sportieve activiteiten vastleggen, in kaart brengen en analyseren, gecombineerd met het delen van je doel en de voortgang met een groot publiek in sociale netwerken. Het werkte.

Mijn oude Garmin-sporthorloge gaf onlangs de geest. Ik kocht een nieuwe, eveneens van Garmin, de Forerunner 25 om precies te zijn. Eenvoudig apparaatje dat doet waar het voor bedoeld is. Maar ik ontdekte dat het ook een eenvoudige stappenteller aan boord heeft. Als je die activeert krijg je naast informatie over het aantal gemaakte stappen op een dag ook nog eens een licht verwijtend piepje te horen als je te lang op je stoel zit.

Van mijn broer en schoonzus had ik al begrepen hoe krachtig zo'n stappenteller kan stimuleren bij het maken van meer stappen per dag én wat de gevolgen daarvan zijn. Je voelt je fitter en vanaf zo'n 15 à 20.000 stappen kun je gewicht verliezen. Mijn broer maakt inmiddels gemiddeld zo'n 23.000 stappen per dag en kan het positieve effect daarvan bevestigen.

Voor mij begon het thema 'stappen tellen' met een vraag: hoeveel stappen maak je eigenlijk op een dag. Ik besloot het horloge eens enkele dagen te dragen en ontdekte dat ik op een niet actief dagje thuis en op kantoor zo'n 4000 stappen maak. Een wandelingetje van een half uur is goed voor nog eens 4000 stappen.

Daarna begon het motiverende effect dat ik al kende vanuit eerdere ervaringen en het verhaal achter 'gamification': je wilt je score verbeteren, een volgend level halen, je wordt beloond met badges en felicitaties. Gevolg: ik ging... wandelen naar de bakker in plaats van fietsen of met de auto, wat langere wandelingen maken, ijsberend telefoneren (dat deed ik eigenlijk al), een extra rondje door de tuin. En voor het eerst stonden er 's avonds 10.000-stappen op de teller.

Ik heb geroken aan het succes en ben nu toe aan de volgende stappen: een extra wandeling inlassen op de dag, nog bewuster vaker even opstaan en wat kuieren. De 20.000 stappen komen vanzelf in zicht, al moet je er echt wel wat voor doen. Met regelmatig hardlopen in het weekprogramma moet het goed te doen zijn.

Al wandelend bedacht ik mijn volgende bestseller: 'Het 20.000-stappen-dieet', kortweg 20K-SD. Dat belooft:
  • je fitter voelen;
  • langzaam, en daarmee duurzaam afvallen (of in elk geval vetpercentage inruilen voor spiermassa);
  • veel (be)denktijd tijdens het wandelen en betere balans tussen brein en lichaam;
  • en ondertussen gewoon gezond, maar ook lekker blijven eten en drinken
Ik ga het experiment maar eens aan. De aftrap begint bij 74 kilogram.

27 augustus 2016

#MakeABandSmaller als assist

Bruce Hupsteen (@WilHoekstra), Henk Wijnrank (@Friezerik) en Van Spaanplaat (@Ideeenfee)... gevolgd door de hashtag #MakeABandSmaller... vanmiddag kwamen ze voorbij op mijn tijdlijn op Twitter. Even zoeken op deze hashtag leverde nog meer van dit soort, veelal erg melige taalgrappen op, waarin een bandnaam veranderd wordt door het geheel of een onderdeel van de naam als het ware kleiner of minder te maken.

Natuurlijk ging het in mijn tijdlijn over Bruce Springsteen, Henk Wijngaard en Van Dik Hout. En daarna hield het dus niet op. Het leukste zijn de bijdragen 'met een Ahaatje'... je ziet de naam staan, het kwartje valt niet meteen, maar als het valt, klopt het helemaal.

Met al die voorbeelden hoef je in elk geval niet eerst ergens de regel te lezen om te snappen wat het idee is. De eerste persoon die de hashtag gebruikte, deed waarschijnlijk niet eens moeite om die regel te formuleren. Hij of zij gaf een assist, een uitnodiging tot scoren, tot collectieve creativiteit van de Twitter-gemeenschap...

En ja, ik kon het niet laten ook wat steentjes bij te dragen aan de lolligheid. De oogst van vandaag:
  • Radioassistant
  • Stef Boom
  • Kleiner Orkest
  • Candle Light Orchestra
  • ZZ en de fopneuzen
  • Bettie Staat In De Spoelkeuken
  • The Flirt Pistols
  • Aphrodite's Embryo
  • Sand, Sigh & Spark

24 augustus 2016

Laden zonder pas in Venlo

Tja, daar sta je dan. Je rijdt in je volledig elektrische Renault Zoe naar Venlo en je laadpas weigert dienst bij twee laadpalen van verschillende aanbieders. Lichte paniek, want je hebt niet genoeg acculading meer over om terug naar huis te rijden. Een belletje naar de provider leert je dat je kennelijk de nieuwe pas niet ontvangen hebt en dat de oude niet meer actief is, noch actief te maken is.

Eerst maar eens een oproepje op Twitter: misschien kan ik iemands pas lenen of bij iemand thuis even bijladen. Je altijd fijne netwerk zorgt voor het nodige bereik met enkele retweets. Helaas, er komt geen oplossing. Een dealer van elektrische auto's in de stad bellen dan. Een keer vang je bot, een andere garage verwijst je naar een collega-garagist in Helmond. Dat kan ik halen, is wat om en gedoe, maar goed.

Toch nog maar even googlen, denk je later. En zo kom je op een nieuwsbericht over de gemeente Venlo die geïnvesteerd heeft in een aantal volledig elektrische Volkswagens E-Up's. Dan hebben ze vast ook een laadpaal, denk je. Je belt de gemeente en een vriendelijke dame zoekt voor je naar oplossingen... en heeft er een.

In de nieuwe parkeergarage Maaswaard staan opladers die werken met een pas, maar ook met de barcode van je parkeerkaartje. De kosten voor het laden worden simpelweg opgeteld bij de parkeerkosten. Het is even puzzelen hoe het werkt, maar uiteindelijk lukt het. Enigszins omslachtig: de palen staan op verdieping -3, de betaalautomaat op de begane grond. Dat betekent bij het ophalen van de auto: naar beneden, laadstekker aan de autokant losmaken zodat de laadsessie wordt gestopt, naar boven, betalen, naar beneden, met de barcode de vergrendeling losmaken van de laadstekker aan de laadpaalkant... en dan weer naar boven rijden om de garage te verlaten.

Met een volle accu, ziet de nabije toekomst er weer een stuk rooskleuriger uit. Met veel dank aan de medewerkers van de gemeente Venlo voor het meedenken.

Zijn er al meer plekken waar je op deze manier kunt laden? Ik hoor het graag!

23 augustus 2016

15 ideeën om leerlingen aan het werk te zetten

Meer eigenaarschap bij de leerling. Werkdruk verminderen voor de leerkracht. Beter gebruik maken van de kennis van leerlingen. Samen de school maken en zo werken aan een positief pedagogisch klimaat. Er zijn genoeg redenen te bedenken om leerlingen meer actief te maken, ze aan het werk te zetten. Vanuit het idee dat een leerling geen consument is, en de school geen leverancier, maar dat leerkrachten én leerlingen actief lid zijn van een lerende gemeenschap. Vijftien ideeën om leerlingen aan het werk te zetten, met voorbeelden en verwijzingen.
  1. Zet leerlingen in bij de communicatie vanuit school. Zo maken leerlingen van basisschool De Doelakkers in Hilvarenbeek (onder begeleiding) een schooljournaal in video.
  2. Meer doen met 'flipping the classroom', maar geen tijd, zin of talent om goede instructiefilmpjes te maken? Laat leerlingen de geleerde stof verwerken tot een filmpje. Het beste filmpje kun je later inzetten voor (herhaalde) instructie.
  3. Laat leerlingen elkaars werk nakijken en beoordelen: van eenvoudig controleren of antwoorden bij een toets goed of fout zijn tot en met elkaar feedback geven ('peer feedback').
  4. Geef leerlingen een rol bij (de voorbereiding van) de open dag van de school. Wat vinden zij fijn aan de school? 
  5. Laat leerlingen dingen regelen voor de school, bijvoorbeeld via een actieve leerlingenraad. Er zijn leuke voorbeelden, bijvoorbeeld waarbij zo'n raad een budget krijgt om een speeltoestel voor het schoolplein te regelen. Laat ze zelf kiezen en begroten, hun keuzes verantwoorden. Leerzaam! Mijn dochter mocht ooit op de basisschool samen met een medeleerling een inleverpunt voor lege batterijen regelen op school. Ze moesten zelf uitzoeken hoe, een plan van aanpak schrijven, afspraken maken met de directeur en zelf de publiciteit regelen (een stukje in de schoolkrant én het huis-aan-huisblad). De leerkracht volgde het proces, gaf hier en daar tips, maar liet ze het vooral zelf uitzoeken. Nog een voorbeeld: Jip (10) onderzocht de inrichting van een actieve zone op het schoolplein van De Botter in Ridderkerk. Lees het artikel op Blendle (betaald lezen). 
  6. Stel een ict-helpdesk samen van leerlingen met talent voor en kennis van alles wat met computers te maken heeft. Loopt een leerkracht vast met de PC, het digibord of een device in de klas, dan wordt eerst geprobeerd of een helpdesk-leerling het probleem kan oplossen. Voor meer ideeën over het gebruiken van de ict-leer-kracht van leerlingen, lees de brochure uit 2012 van Kennisnet.
  7. Oudere leerlingen helpen jongere leerlingen, leerlingen met extra talent voor een onderwerp helpen leerlingen die moeite hebben met datzelfde onderwerp. Tutorleren (of 'Peer teaching') heeft veel voordelen: het ontlast de leerkracht, het kan bijdragen aan het pedagogisch klimaat en leerlingen hebben soms op cognitief niveau gemakkelijker aansluiting bij elkaar. Lees o.a. dit artikel van Paul Kirschner, die ook enkele kanttekeningen plaatst.
  8. Laat leerlingen toetsen maken over de lesstof, bijvoorbeeld met digitale werkvormen als Kahoot of Plickers. Of, zoals Arie van Deursen in het hoger onderwijs doet, laat studenten toetsvragen bedenken. Hij verwerkt ze zelf tot een gedegen toets, maar er is dan al enig voorwerk gedaan.
  9. Laat een groepje leerlingen de sociale media accounts van de school bijhouden, uiteraard op basis van goede afspraken en monitoring. Naast het plaatsen van updates, kun je ook denken aan het beantwoorden van (eenvoudige) vragen die binnenkomen via sociale media. 
  10. Ik kom nog wel eens op scholen - meer in het VO dan in het PO overigens - waar het een troep is (lege verpakkingen op de grond, vieze ramen, toiletten met sporen van gebruik). De school en de ruimtes in de school schoonmaken moet professioneel gebeuren, maar het is ook belangrijk niet alle verantwoordelijkheid voor een frisse school weg te halen bij de gebruikers. Kies een positieve aanpak, dus niet alleen corvee als straf voor slecht gedrag.
  11. Geef leerlingen een rol bij een studiedag voor medewerkers. Ik ben de afgelopen jaren mooie voorbeelden tegengekomen, zoals een volledig door leerlingen ingevuld workshopprogramma tijdens een studiedag over sociale media. Maar denk ook aan: verslaglegging, technische ondersteuning, een leerlingpanel, samengesteld rond een bepaald vraagstuk.
  12. Schoolreis of excursie op het programma: laat leerlingen de voorbereidingen doen, eventueel ook de bestemming kiezen op basis van een helder kader (budget, praktische eisen).
  13. Zoeken naar en vastleggen van bruikbare bronnen op het internet kan soms veel werk zijn. Denk aan het beoordelen van al die filmpjes uit het zoekresultaat op YouTube of het vinden van rechtenvrije beelden voor een digibordpresentatie over zoogdieren. Laat leerlingen zoeken. Ze zijn met meer, dus vinden meer. En het is meteen een mooie aanleiding om aandacht te besteden aan zoekstrategieën, bronvermelding en bronnen beoordelen... ofwel: mediawijsheid. 
  14. Betrek ouders via de leerlingen. Wat zou jouw vader of jouw moeder kunnen betekenen voor de school. 
  15. Vorig jaar bedacht ik het begrip 'leerlinginspectie'. Het idee: geef een panel van een leerlingen een specifieke kijkopdracht en stuur ze de school in, waarna ze een rapportage maken van hun bevindingen. Thema's kunnen zijn: veiligheid, sfeer, gezondheid enzovoort. Mijn idee is dat leerlingen andere dingen zien dan volwassenen / professionals, dingen die wel eens erg belangrijk zouden kunnen zijn. Interesse om dit idee voor je school uit te werken? Neem even contact op!
Ervaringen, aanvullende ideeën? Laat een reactie achter!

20 augustus 2016

Gelezen: 'Voedingsmythes' van Martijn Katan

Kies een willekeurig voedingsmiddel, bijvoorbeeld 'wijn'. Ga naar Google en combineer de zoekopdracht 'wijn' met het trefwoord 'gezond'. Bekijk de resultaten. Doe nu hetzelfde door de zoekopdracht 'wijn' te combineren met het trefwoord 'ongezond'. De resultaten zullen die van de eerste zoekactie tegenspreken. Wat de waarheid is, mag je zelf bepalen.

Als het gaat om ons voedsel, heb je behoorlijk wat mediageletterdheid en kritisch denkvermogen nodig om erachter te komen wat gezond is en wat niet. De nuchtere, wetenschappelijk onderbouwde feiten vind je onder andere in 'Voedingsmythes. Over valse hoop en nodeloze vrees' van Martijn Katan.

In het boek rekent Katan af met 70 mythes, onder andere over de vermeende relatie tussen sommige voedingsstoffen en kanker, over de voedingsindustrie, de rol van suiker en gezondheidsclaims van 'superfoods'. Katan doet dat nuchter, met onderbouwing (o.a. in ruim 60 pagina's wetenschappelijke bronnen), maar ook met humor. Zo verwijst hij naar een website over de gevaren van Dihydrogen Monoxide, die bij nadere bestudering gaat over water en bedoeld is juist om dit type websites op de hak te nemen.

De belangrijkste boodschap van het boek is de opdracht aan de lezer zich niet te laten verleiden tot wat je het liefst zou horen: dat rode wijn gezond is of dat je kunt afvallen door bleekselderij te eten, omdat het een negatieve energiebalans zou hebben. Niet roken, zeer matig met alcohol, zeer zuinig met verzadigde vetten... de waarheid is niet erg gezellig. Ook, zo stelt Katan, moeten we ons niet zomaar bang laten maken door alles wat we in de media en op het internet tegenkomen aan horrorverhalen. Zo ontkracht hij de link die nogal eens gelegd wordt tussen aspartaam en kanker. En Katan doceert dat oer, oorspronkelijk, biologisch, natuurlijk enzovoort, niet per se gezonder is dan industrieel gefabriceerd. Dat voelt tegennatuurlijk en levert misschien niet direct een fraai verhaal, maar het sluit wel aan bij de stand van de wetenschap op dit moment.

Deze week kwam ik nog terecht op de website Healthwatch. Je leest er dat roomboter gezonder is dan margarine, dat kokosolie één van de gezondste oliën ter wereld is en dat je door het vermijden van E621 (glutamaat) van autisme kunt genezen. Ik vaar voorlopig toch maar op wetenschapper Katan.

Meer mythes:

16 augustus 2016

Brabants?


Tegen de vakantiespreiding in, zitten we in de week van 18 juli al op de camping in Frankrijk. Het kan dit jaar; onze dochter is sinds de voorspoedig verlopen eindexamens al enkele weken vrij. Al snel maakt ze vrienden op de camping. Ze blijkt - door diezelfde vakantiespreiding - de enige Brabantse tussen vooral Randstedelingen, maar ze wordt van harte opgenomen in de groep. De enkele plagerijtjes zijn alleen maar vriendschappelijk en meestal grappig.

Op enkele avonden wandelt de vriendengroep 's avonds naar het stadje in de buurt om er de gezelligheid van een Ierse pub op te zoeken. Als er op een van die avonden onweer dreigt, bied ik aan dochter en een aantal meiden uit de groep even met de auto weg te brengen. Het is al donker als ze instappen. Ik hoor wat gestommel en gedraai op de achterbank. Dan hoor ik in een Hollands accent een olijk, maar ook oprecht verbaasd: 'Hé, die veiligheidsriem zit anders dan bij onze auto. Is dat Brabants of zo?'

12 augustus 2016

Verval en vergankelijkheid in beeld

In Nederland kom je het maar weinig tegen: afgedankte gebouwen, locaties, voorwerpen die langzaam maar zeker worden opgeslokt en afgebroken door de natuur. Wij ruimen graag zelf grondig op en houden de boel zo overzichtelijk. Maakbaar Nederland houdt niet van verval.

Op veel plekken is dat anders. Zo liep ik een tijdje terug bijvoorbeeld in Sevilla over het terrein van de Expo '92, nog maar 24 jaar geleden een visitekaartje van de menselijke drang tot creëren, maar nu verlaten en een demonstratie van vergankelijkheid.

Sevilla Expo '92 site - P1040766

In Frankrijk hoef je niet lang te dwalen om een door planten overwoekerde Renault of Citroën te vinden of een ruïne met een boom, waar eens de eettafel stond. Achtergelaten objecten, door naar het volgende, want leven is naar voren bewegen en je niet bezighouden met de sporen die je achterlaat.

Op YouTube vond ik een fascinerend filmpje over dit thema. Het probeert een visueel antwoord te geven op de vraag wat er gebeurt met de wereld als de mensheid in een keer van de aardbodem verdwijnt...