20 maart 2018

Complexe onderwerpen snel samen onderzoeken


Je hebt een complex onderwerp? Je wilt in één à anderhalf uur met een groep dit onderwerp stevig verkend hebben? Dan kan deze aanpak misschien helpen. Je werkt met Google-applicaties, maar kunt ook gebruik maken van andere toepassingen met vergelijkbare mogelijkheden.

Kern van de aanpak is dat je zowel individueel, in kleine groepjes en als gehele groep werkt.
Afhankelijk van de groepsgrootte werk je met één of twee redacteurs.

De aanpak bestaat uit drie ronden.

1. Vragen verzamelen met een Google-formulier
Stel, het onderwerp is het invoeren van een portfolio op je school. Laat de deelnemers aan de bijeenkomst vragen bedenken die hiervoor beantwoord moeten worden. Denk bij het voorbeeld aan:
  • Wat willen we vooral bereiken met het portfolio?
  • Welke inhouden komen er in het portfolio?
  • Hoe gaan we het portfolio beoordelen?
  • Wie is 'eigenaar' van het portfolio?
De vragen worden individueel bedacht en ingevoerd via een Google formulier. De redacteur destilleert uit de inzendingen een lijst met 'sleutelvragen' in een Google document. Tussen elke vraag worden enkele witregels geplaatst. Deze ronde kan uiteraard ook voorafgaand aan een bijeenkomst worden gedaan.

2. Sleutelvragen beantwoorden, ronde 1
Print de vragen uit, knip het blad tot stroken met elk één vraag en verdeel de stroken willekeurig over groepjes van 2 à 3 deelnemers. De groepjes krijgen schrijfrechten in het Google document met het overzicht van de vragen. Deelnemers bespreken de vragen op hun strookje(s) en plaatsen hun antwoorden in het document. De antwoorden hoeven niet volledig of perfect te zijn.
De redacteur redigeert tegelijkertijd de teksten en zorgt ervoor dat de vormgeving netjes blijft.

3. Sleutelvragen beantwoorden, ronde 2
In een laatste ronde mogen de groepjes de antwoorden bij de andere vragen aanvullen met hun ideeën. Antwoorden die tot discussie leiden worden geel gearceerd. Het zijn 'issues' die later eventueel verder bediscussieerd kunnen worden. 
De redacteur plaatst ondertussen opmerkingen op plaatsen waar de antwoorden onduidelijk zijn, redigeert de teksten en zorgt ervoor dat de vormgeving netjes blijft.

Het document is nu klaar om meegenomen te worden naar een volgende stap. Die kan bijvoorbeeld zijn dat een werkgroep de opbrengsten verder gaat uitwerken of vertalen naar een aanpak.





12 maart 2018

Overtuig me maar...

Wiskundeleraar Daniel Kaufmann deelde onlangs een Google-presentatie die me op 'aan' zette. De presentatie heet 'Convince me that' en geeft voorbeelden van wiskundige gegevens, zoals:
  • 3/4 is niet altijd meer dan 1/2
  • alle vierkanten zijn rechthoeken, maar niet alle rechthoeken zijn vierkanten

Bron: Daniel Kaufmann
Kaufmann geeft ze aan zijn leerlingen met de opdracht: overtuig me maar. Leg maar uit hoe dit zit. Kom met bewijzen. En laat zo zien dat je het echt begrijpt.

Het leren volgt in deze aanpak niet de gebruikelijke lijn van uitleg naar voorbeeld naar sommen maken om te automatiseren of te laten zien dat je het snapt. Leerlingen onderzoeken stellingen en hypothesen met alle kennis en vaardigheden die ze hebben opgedaan. "Door leerlingen het antwoord te geven, stel je ze in staat om hun aandacht te richten op verschillende aspecten van een probleem", licht Kaufmann toe.

'Convince me that' is niet bedoeld als vervanging van een traditionele rekeninstructie. Wel oefenen leerlingen in vaardigheden en aanpakken, zoals analyseren, denken, deductie en inductie, logica, kennis toepassen én geven ze de leraar inzicht in wat ze kennen en kunnen.

Ook in het kader van onderzoekend leren zou dit een waardevolle aanpak kunnen zijn, die je plaatst naast de lijn van het bedenken van je eigen onderzoeksvraag, het doen van onderzoek en daar conclusies uit trekken. Je geeft als leraar de conclusie en zet de leerling vervolgens in de positie die te bewijzen. Denk bij de wereldoriënterende vakken aan conclusies als:
  • In Nederland zullen de komende eeuwen geen vulkanen ontstaan.
  • Zonder zuurstof dooft een kaars.
  • Het is mogelijk onze school te verwarmen zonder gas.

15 februari 2018

Als het om centimeters en duizenden van seconden gaat...

Als schaatsliefhebber zit ik deze dagen regelmatig aan de buis gekluisterd bij de wedstrijden op de Olympische Spelen. Ik zie onze schaatshelden en -heldinnen aan het werk met hun prachtige techniek en de perfecte balans van conditie en kracht. De schaatser neemt zichzelf mee, maar er zijn nog andere factoren dan kracht, conditie en techniek. In de commentaren van de verslaggevers ter plekke hoor ik allerlei elementen voorbij komen die invloed zouden hebben op de prestaties van de schaatsers. Meestal gaat het om elementen die een klein verschil maken. Aan de meet gaat het dan om centimeters of duizenden van seconden. Die kunnen beslissend zijn in een competitie als deze Spelen. Een vraag zou zijn:

Hoe zou een top 10 eruit zien van omstandigheden en (niet psychologische) elementen die de prestaties van schaatsers het meest positief beïnvloeden?

Wat ik onder andere voorbij heb horen komen tot nu toe in de commentaren:
  • de luchtcirculatie (latere starters hebben hier voordeel bij)
  • buiten schaatsen (zoals vroeger) of binnen
  • de hoogte van de baan (een laaglandbaan is langzamer)
  • de kleur van het pak (blauw zou sneller zijn dan rood, maar gefactcheckt door het NRC)
  • de structuur van het materiaal van de schaatspakken
  • gezichtsbeharing (een baard werkt vertragend)
  • de kwaliteit van het ijs (maar wat zijn dan kenmerken van perfect ijs)
Verder denk ik aan:
  • de ideale scherpte van de ijzers
  • de vorm van de schoen (veters al dan niet afgedekt)
  • het 'klimaat', zoals temperatuur, luchtdruk en luchtvochtigheid

16 januari 2018

De vaagtaal van mijn bot...

Ik schrijf, dicht, redigeer en corrigeer. Duidelijk taal, daar houd ik van. Nederlandse begrippen graag ook, in plaats van al dat Engels. Het wil niet zeggen dat er af en toe een 'buzzword' tussendoor glipt. Ook kan ik soms schaamteloos een Engelstalig begrip gebruiken of vaag Nederlands hanteren. Meestal gebeurt dat uit gemakszucht, soms omdat een uitspraak in het Nederlands ongemakkelijk aanvoelt of net niet de juiste associatie oproept, soms om de lezer te verleiden, omdat die nu eenmaal wel eens getriggerd (!) wordt door zo'n begrip waar iedereen het over heeft. Of gewoon: per ongeluk.

Scherp blijven is de opdracht die ik mezelf stel. Dat probeer ik te doen door bijvoorbeeld toch nog even die tekst na te lopen (niet 'te scannen' dus) voordat hij naar de opmaak gaat. Afgelopen weekend heb ik hier nog een strategie aan toegevoegd: ik heb mijn eigen vaagtaalbot geschapen. Dat moet ik natuurlijk even uitleggen.

Er bestaan programma's (bots) die automatisch een bericht kunnen plaatsen op je Twitter-tijdlijn. Die programma's vul je met woordensetjes, zodanig dat als er uit elke set een willekeurig woord wordt gekozen, de woorden achter elkaar geplaatst een grammaticaal correcte, maar niet per definitie betekenisvolle zin vormen. Cheap Bots, Done Quick! is zo'n programma.

Ik heb er zo'n bot mee gebouwd en gevuld met stapels buzzwords en vaagtaal. Eerlijk is eerlijk: deels uit eigen repertoire. Zo heb ik mijn eigen nar gecreëerd die mij (en iedereen die hem wil volgen) tweemaal daags trakteert op zinnen als:
Hier mag je me op aanspreken: social knowmads gaan in de richting van een geluk bevorderende driver voor innovatie, waarmee de ergonomische proposities dit full functional neerzetten. Count me in!
Of:
Hier wil ik het gesprek wel over aangaan: viral thought leaders geven schwung aan een bottom up ecologische voetafdruk, tenzij de op gut feeling gebaseerde fans het sonderen.
Ik vond de eerste zinnen van mijn bot niet altijd goed genoeg, maar door deze te analyseren kreeg ik ideeën voor aanpassingen en uitbreidingen van zijn woordenschat. Ook plaatste ik een formulier waarop bezoekers hun favoriete woorden en zinnen konden delen. Hierdoor staan er nu bijna 700 items in de databank, zoveel dat ik steeds benieuwder raak naar wat mijn bot zal gaan 'zeggen'. Het Frankenstein-gevoel: je hebt iets gecreëerd waarvan je nog niet precies weet wat het zal gaan doen, ook al heb je elk onderdeeltje zelf toegevoegd.

Elke dag rond half acht 's morgens en 's avonds verschijnt er een nieuwe tweet. Volg @tweet_werk op Twitter om er geen te missen! Of kijk af en toe - ook als je geen account hebt, kan dat - op https://twitter.com/tweet_werk.

03 januari 2018

Ten reasons I love running barefoot


I've been running barefoot for almost three years now, slowly building up in running distance per training. In 2017 I ran 2052 kilometers, of which about 30% barefoot, 30% on Vibram Five Fingers and 40% on traditional shoes. A year without any (stress) injuries and lots of great training sessions. Maximum distance on bare foot per training now is some 12-13 km.

I just love running barefoot, and here's why...

Barefoot running...
  1. ... makes my running more playful, skipping and jumping, going through puddles, instead of avoiding them et cetera.
  2. ... is super rich in feeding the senses, especially because of the different surfaces you're running on and their different temperatures, but also because I seem to use my proprioception senses more intensely. 
  3. ... improves my running technique, not by thinking how to run, but simply by following what feels natural.
  4. ... leads to stronger and healthier feet (better blood flow!), calves and other parts of my natural shock absorbing system.
  5. ... leads to the nice feeling of tingling feet all days, especially after training in colder circumstances.
  6. ... triggers and trains my eye-foot coordination and balance.
  7. ... is done on feet that start to recover directly after running and are fit and fresh every day (while shoes wear out from the moment you start using them).
  8. ... is cheap.
  9. ... is honest when you train too much or the wrong way, while shoes might conceal crucial information your body can give.
  10. ... makes life easier: you never have to wash your dirty socks or clean your shoes.



28 december 2017

2017 km in 2017

Ik begon 2017 met het plan in een jaar 2017 kilometer te rennen. In 2015 deed ik er al eens 2000... die 17 kilometer extra leek me een haalbare uitdaging. Ook deze keer zag ik het vooral als een experiment, met vragen als:
  • Hoe verdeel ik de kilometers het best, bijvoorbeeld over een week?
  • Wat doet zo'n doel met mijn motivatie?
  • Helpt het als je je omgeving deelgenoot maakt van je doel?
  • Wat doet het mijn gezondheid?
Door de week, in het weekend, op vakantie... overal waar het kon en paste deed ik mijn rondjes. Een van de mooiste was op het strand in Mallorca in de vroege ochtend. Ik liep bijna alleen, op blote voeten door het zand en af en toe door een golf zeewater, de mist hing boven de zee, de zon kwam op en warmde de lucht langzaam op. Alle zintuigen op 'aan': het geluid van de golven en de meeuwen, zout op de lippen... Geweldig!

Vanaf het begin gold: niet doorgaan bij een dreigende blessure en er vooral plezier in houden. Zo niet, dan gaat het doel aan de kant.

Met Google Sites en Google Spreadsheets bouwde ik een dashboard waarin automatisch de met mijn Garmin sporthorloge gemeten kilometers verwerkt werden. Zo kon ik op een visuele manier mijn progressie nauwgezet volgen. Ook gebruikte ik de app Strava, waarin je bijvoorbeeld je prestaties over een zelfde rondje kunt vergelijken.

Dit jaar deed mijn vrouw Ineke mee. Elk in ons eigen ritme van pieken (veel kilometers, hogere snelheid) en dalen (kortere loopjes, langzaam) bouwden we gestaag aan ons totaal. Regelmatig polsten we: 'En, hoe ver ben je al?' We hebben het allebei gehaald (update 31-12: eindstand is 2052 kilometer geworden).

Enkele inzichten:
  • In de verdeling zijn loopjes van circa 10 kilometer het meest gunstig. Na de halve marathons die ik liep had ik hersteltijd nodig, een 10 kilometer-loop kan ik meerdere dagen achter elkaar doen.
  • De afwisseling van barefoot, barefoot style (Vibram Five Fingers) en gewone hardloopschoenen is goed bevallen.
  • Veel trainen betekent niet per definitie progressie maken. Dit jaar geen bijzondere records gelopen. Deze halve marathon was niet verkeerd voor mijn doen.
  • Het doel werkte een beetje motivatieverhogend. Een beetje, omdat de motivatie om te lopen er eigenlijk altijd wel is. Ik ben dit jaar hooguit vijf keer toch gaan lopen, terwijl ik niet zo'n zin had. 
  • Geen enkele keer heb ik spijt gehad dat ik ben gaan lopen. Dat is nog altijd de meest wijze les. Gewoon gaan, ook al ben je wat moe. Achteraf voel je je altijd tevreden en voldaan.
  • Ik heb de kilometers dit jaar gelijkmatiger verdeeld over het jaar dan in 2015. Regelmatig rust en regelmaat hebben ervoor gezorgd dat het doel altijd mooi in zicht bleef.
  • 2017 was een jaar zonder ziek zijn, een fit jaar, zo mag er nog wel een komen...

24 december 2017

Het toeval een handje helpen

Het toeval wordt je in de schoot geworpen. Het is aan jou wat je ermee doet. Je kunt het ontwijken als een storende factor, iets wat je doet afwijken van je pad. Je kunt het ook omarmen, ervan genieten als een 'prins van Serendip' die alles op de reis van zijn leven met een 'open mind' ondergaat en onderzoekt.

Je kunt situaties creëren waarin er extra ruimte ontstaat voor het toeval. Voor cultuur beleven heb ik hiervoor sinds een half jaar een prachtig stuk gereedschap: mijn 'We Are Public'-pas.

Programma op de website van We Are Public
De pas kost me elke maand €15,00. Daarvoor krijg ik gratis toegang tot films, voorstellingen, concerten, lezingen en exposities. De 'belevenissen' worden geselecteerd door een redactie die veel aandacht heeft voor jonge makers en nieuw talent. Ik woon midden in een van de deelnemende regio's: Brabant. In een half uurtje ben ik in Eindhoven of Tilburg, Den Bosch, Breda en Helmond zijn net wat verder. Reserveren kan niet, maar ik zorg er steeds voor dat ik ruim op tijd aan de kassa sta en neem dan een boek mee om de wachttijd aangenaam te besteden. Tot nu toe waren er steeds kaartjes beschikbaar.


Wat een prachtige voorstellingen heb ik dit jaar al gezien! Een paar voorbeelden:
  • Voorstelling 'Revolutionary Road' van Theater Rotterdam in De Nieuwe Vorst in Tilburg (video)
  • Concert met integraal gespeeld het debuutalbum van de Velvet Underground door Nederlandse rockmusici in de Effenaar in Eindhoven
  • Fantastisch concert van Taxiwars, het jazz-uitstapje van dEUS-voorman Tom Barman in Theaters Tilburg
In 2018 ga ik zeker door met deze proeverij vol verrassende uitjes!

09 december 2017

Teambijeenkomst op afstand

Kun je vanuit huis actief meedoen aan een studie-/overlegbijeenkomst op locatie, waar zo'n 20-30 collega's fysiek bij elkaar zijn? We hebben het maar eens uitgeprobeerd. De setting: de collega's in Venlo op het kantoor van BCO Onderwijsadvies, een collega vanuit Breda en ik vanuit Middelbeers. Enkele 'lessons learned' en tips.

Bron: Fleep
Een goede voorbereiding van techniek en werkvormen is belangrijk. Zo hielp het dat we vooraf alvast een werkblad ontvingen om uit te printen en dat de agenda redelijk strak gevolgd werd. Ook hadden we afspraken gemaakt over de te gebruiken software.

Voor de beeldcommunicatie met Venlo hebben we Appear.in gebruikt. Dit is een gratis, web based applicatie. Je hoeft er dus geen software voor te installeren; je moet alleen toegang geven tot je microfoon en camera. Je maakt een kanaal aan en deelt de link met je collega's. Met Appear.in kun je behalve het beeld via de camera ook het scherm delen van een programma waarin je aan het werk bent. Verder is er een chatkanaal beschikbaar en kun je grappige geanimeerde plaatjes meesturen met het beeld. Met Appear.in kun je met maximaal 8 deelnemers tegelijk verbonden zijn.

Bij de één-op-één communicatie of in de kleine groep van 4 à 5 collega's in een ruimte zonder omgevingsgeluid werkte dit prima, zeker als ik werkte met een headsetje met een goede microfoon. De virtuele aanwezigheid in de plenaire ruimte leverde wat meer ruis op. Het koste dan veel aandachtsenergie om alles te volgen. Ideaal zou zijn om bij plenaire settings twee beelden te hebben: een van de ruimte en een van het scherm / de spreker. De apparatuur moet dan uitgevoerd zijn met goede microfoons. Ingebouwde microfoons van laptops of tablets voldoen eigenlijk niet.

Om gezamenlijk aantekeningen te maken in het groepswerk hebben we gewerkt met:
Beide zijn gratis en snel, zonder account te gebruiken. Simpelweg op één plek een leeg document aanmaken en de (unieke) link doorsturen naar je collega's.

Het moeilijkste bij videocommunicatie is misschien wel het oppakken van nonverbale signalen voor beurtwisselingen in de communicatie. Hoe groter de groep, hoe lastiger dit wordt. Hoe geef je aan dat je iets wilt zeggen, hoe breek je passend in, in de dialoog. Handig is om hiervoor een signaal af te spreken. Ik werkte met hand opsteken.

Als deelnemer op afstand ben je erg afhankelijk van collega's op locatie. Zetten ze op tijd de apparatuur aan ter plaatse? Richten ze de camera op het gewenste beeld. Nemen ze je virtueel mee als het team in groepen uiteen gaat. Je zou iets meer autonomie ervaren met een telerobot, zoals die van Double Robotics. Je kunt dan zelf op afstand rondkijken en je verplaatsen.

Al met al hebben we redelijk goed, maar niet optimaal mee kunnen doen. Je mist veel informatie die meekomt bij face-to-face communicatie en de verstaanbaarheid liet in plenaire settings te wensen over. De aandacht erbij houden kost dan veel energie. Met op deze setting aangepaste werkvormen en betere technologieën is nog winst te behalen. Daarmee zou 'conferencing' op afstand nog wat interessanter worden om te besparen op reistijd, reiskosten en CO2-uitstoot.

06 december 2017

Documenten delen in Google

Hoe deel je documenten en blijf je toch 'in control'? Het 'Office'-pakket van Google (documenten, presentaties, spreadsheets enzovoort) biedt hiervoor een uitgebreide gereedschapskist. Een overzicht.

Als je vanuit het betreffende document op de knop 'Delen' drukt, kun je een of meer andere Google-gebruikers:

  • kijkrechten geven
  • het recht geven opmerkingen te plaatsen
  • schrijfrechten geven
Als je werkt met een G Suite for Education-pakket of een betaald Google-pakket voor je bedrijf kun je bij bovenstaande opties een vervaltijd instellen. Zo kun je collega's bijvoorbeeld 3 dagen de tijd geven om reacties te plaatsen bij notulen. Daarna werk je de notulen af.

Verder kun je het delen beperken tot wie je zelf actief hebt uitgenodigd, maar ook toestaan dat de uitnodiging verder wordt doorgegeven of een link ophalen die iedereen de gekozen rechten geeft die over de link beschikt. Je kunt ook het eigenaarschap overdragen aan andere gebruiker.

Via de versiegeschiedenis van een document kun je:
  • alle wijzigingen zien en door wie die gedaan zijn
  • tussentijdse versies een naam geven, zodat je die gemakkelijk terug kunt halen
  • het document herstellen naar een eerdere versie
Een andere opties is om je document te publiceren op het internet:
  • in de huidige versie
  • in een versie waarbij alle wijzigingen die na publicatie worden aangebracht via dezelfde link zichtbaar zijn (de bezoeker ziet dan altijd de laatste versie)
Nog een tip: wil je dat anderen jouw document kunnen kopiëren om er zelf mee aan de slag te gaan, terwijl jouw document niet bewerkt mag worden?
  1. Haal de deelbare link op
  2. Stel die in op 'Mag weergeven'
  3. Vervang in de deelbare link 'edit?usp=sharing' door 'copy'
  4. Deel de link, bijvoorbeeld op een webpagina of via e-mail
Je kunt op elk moment de deel-instellingen bij een document wijzigen, bijvoorbeeld door rechten te verwijderen of in te perken.

16 november 2017

Boost your brain... met een tweede taal

Kunnen communiceren in een andere taal is niet alleen handig voor je loopbaan. Tweetaligen presteren beter op cognitieve taken. Tweetalige Alzheimer-patiënten krijgen vier tot vijf jaar extra zonder de negatieve symptomen van deze ziekte. ‘Tweetaligheid geeft je brein een boost’, zegt onderzoekster Evy Woumans van de vakgroep Theoretische en Experimentele Psychologie van de Universiteit van Gent.

(interview uit 2015)

‘Meertaligheid is heel goed voor onze hersenen’, zegt Woumans. Zelf spreekt ze Frans, Engels, Duits, Deens en een beetje Zweeds. Na het afronden van haar opleiding tot vertaler, deed ze een master in Advanced Linguistics. Daar raakte ze geïnteresseerd in de ‘collateral benefits’ van tweetaligheid. De afgelopen jaren deed ze er onderzoek naar, waarop ze in mei van dit jaar promoveerde. Woumans: ‘Het positieve effect is het sterkst bij onderdompeling, als je de tweede taal moet gebruiken en niet kunt terugvallen op je moedertaal, in échte situaties. Bij kleuters hebben we dan zelfs een significant positief effect kunnen aantonen op taken die de intelligentie meten.’

Slimmere kleuters door een tweede taal... Hoe heeft u dat onderzocht?
‘We hebben een jaar lang kleuters van 4 tot 5 jaar gevolgd op een school in Wallonië. Thuis werden ze uitsluitend in het Frans opgevoed. Een deel van deze Franstalige kinderen kreeg de helft van de tijd les in het Nederlands. Geen taalles dus, maar lessen van een leerkracht die alleen Nederlands spreekt. Immersie-onderwijs wordt dat genoemd, ofwel: onderdompeling.
We lieten deze kinderen allerlei testjes doen, die je misschien kent vanuit intelligentietests. Ze kregen bijvoorbeeld een afbeelding voorgeschoteld waarin een stukje ontbrak. De taak was om uit zes puzzelstukjes het juiste te kiezen. Ook lieten we ze kaarten sorteren: eerst op de kleur van de afbeeldingen, dan op het aantal elementen op de kaarten.’

En dat deden ze beter dan de kinderen die alleen les in het Frans kregen?
‘Inderdaad. Ik vond de resultaten indrukwekkend. De kinderen presteerden beter in visuele taken, ze scoorden hoger op cognitieve flexibiliteit, ofwel het kunnen switchen tussen taken en het richten van hun aandacht. We keken naar hun intellectuele vaardigheden. De kleuters begonnen voor het onderzoek op hetzelfde niveau. Na een jaar scoorde de groep die tweetalig onderwijs had gekregen significant hoger op de tests.’

De taken die u beschrijft hebben niets met taal te maken. Wat is uw verklaring?
‘We vermoeden dat tweetaligheid extra uitdaging geeft aan je brein. Je oefent het brein in het nemen van beslissingen: moet ik in het Frans of in het Engels spreken? Daarvoor moet je alert zijn en je gedachten kunnen sturen. Je moet steeds switchen tussen verschillende contexten.
Ook het sociale aspect speelt hierbij een rol. We hebben scans gemaakt van tweetaligen die we het gezicht lieten zien van mensen uit hun omgeving. Was die persoon uitsluitend Franstalig, dan werd direct die taal geactiveerd in het brein. Als het ging om een tweetalige gesprekspartner werden beide talen actief bij het zien van hun gezicht.
Andere onderzoeken naar tweetaligheid komen overigens met vergelijkbare resultaten. Het komt steeds neer op meer controle, zelfregulering en een beter functionerend werkgeheugen.’

Behouden de kinderen deze voorsprong hun leven lang?
‘Om dat zeker te weten zouden we ze een leven lang moeten volgen. Maar andere studies wijzen wel op een positief effect van tweetaligheid op alle leeftijden. Dat is dan wel het sterkst meetbaar in de fases van ontwikkeling en aftakeling. Bijzonder: leerlingen in Brussel die tweetalig immersie-onderwijs volgen, blijken beter te scoren op de vakken die niet in hun moedertaal gegeven worden. Volwassen tweetaligen presteren cognitief beter dan hun eentalige leeftijdsgenoten, vooral als ze de tweede taal intensief gebruiken, zoals bij tolken en vertalers het geval is.
Ik heb ook onderzoek gedaan bij mensen met de ziekte van Alzheimer. Tweetalige patiënten krijgen vier tot vijf jaar later last van de symptomen. Dit onderzoek was al eens gedaan in Canada, onder immigranten. In mijn onderzoek wilde ik uitsluiten dat de gemeten effecten te maken hadden met het type mens: immigranten zijn misschien meer overlevers, ondernemers, mensen die hun brein op allerlei manieren blijven uitdagen. Wij hebben een onderzoeksgroep samengesteld waarbij dit aspect geen rol speelt.’

Als ik mijn brein op andere manieren uitdaag, kan ik dan hetzelfde bereiken?
‘Zeker. Aan sporten, het onderhouden van sociale interacties en nieuwe dingen leren, worden vergelijkbare positieve effecten voor het brein toegeschreven. Misschien is bij een combinatie hiervan zelfs wel een cumulatief effect mogelijk. Maar dat is erg moeilijk te onderzoeken. Er zijn nog wel meer vragen te beantwoorden. Zo weten we nog niet wat de ideale verhouding is tussen het gebruiken van de moedertaal en een tweede taal. En of de mate waarin de twee talen verschillen een rol speelt. Geeft het spreken van een dialect dezelfde boost? Ik kan nog wel even vooruit.’

Mag ik toch alvast een conclusie horen op basis van de kennis van nu?
‘Tot we precies weten hoe het zit, zou ik alleen maar willen zeggen: leer en gebruik een tweede taal, je hebt er op vele manieren profijt van. Ik hoop dat onderzoeken als deze ertoe bijdragen dat scholen meer onderwijs in een tweede taal gaan aanbieden, liefst verzorgd door leerkrachten die de taal goed spreken of voor wie het de moedertaal is.
In Vlaanderen ligt tweetalig onderwijs gevoelig, de taalstrijd speelt hier nog altijd een rol. Immersie-onderwijs is zelfs verboden, al mag nu een aantal scholen ermee gaan experimenten. De kinderen hebben er geen moeite mee. Integendeel, de Waalse kleuters vonden de lessen in het Nederlands erg leuk. Ze wilden telkens als ik op bezoek kwam erg graag laten horen wat ze al konden zeggen.’