22 januari 2014

Delen is het nieuwe leren: kennisnetwerken binnen vereniging OMO

Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs is een vereniging van scholen voor voortgezet onderwijs in voornamelijk Noord-Brabant. De honderden professionals die werkzaam zijn voor de vereniging hebben veel kennis, ervaringen en ideeën. De vereniging wil bevorderen dat zij elkaar vinden op basis van gemeenschappelijke vragen en belangstellingen en de behoefte om samen te werken aan oplossingen voor eigentijds, hoogwaardig onderwijs.

Binnen de vereniging is een groeiend aantal kennisnetwerken actief, zowel op vakniveau (zoals wiskunde), op thema (zoals ict) als op rol/functie (zoals P&O). Er zijn netwerken die frequent fysiek bij elkaar komen in dezelfde samenstelling, maar ook netwerken met een wat losser karakter en een digitale omgeving als uitvalsbasis. En alles wat daar tussenin zit. 
Hoe breng je het ontstaan van relevante netwerken op gang en stimuleer en faciliteer je ze vervolgens? 
De afgelopen maanden begeleidde en adviseerde ik de vereniging rond die vraag, onder andere door een aantal bijeenkomsten te verzorgen, adviezen te schrijven en te fungeren als sparring partner voor Carla Upperman van het OMO-ICTO-netwerk, dat onder andere een jaarlijkse studiedag rond ict in het onderwijs organiseert. In deze blog kijk ik naar de ontwikkeling van kennisnetwerken binnen OMO en geef een aantal adviezen om deze verder tot bloei te laten komen. De opdrachtgever juicht het toe dat ik mijn bevindingen en adviezen online publiceer, zodat ook andere onderwijsorganisaties er de vruchten van kunnen plukken.

‘Als ik kijk naar mijn eigen vak kan het niet anders of collega’s van andere scholen hebben ook goede ideeën én prangende vragen. We willen bevorderen dat medewerkers meer gebruik gaan maken van elkaars kennis, dat men elkaar weet te vinden, dat duidelijk is wie welke kennis heeft en dat men optimaal gebruik maakt van wat er binnen OMO aan kennis aanwezig is.’

(Carla Upperman, docente biologie op Lyceum Bisschop Bekkers en netwerkaanvoerder van het OMO-ICTO-netwerk)
Deelcultuur
De bereidheid om kennis te delen is niet vanzelfsprekend in het onderwijs. In de gesprekken die ik hierover heb met leraren zeggen ze bijvoorbeeld dat ze niet zoveel waardevols te melden hebben, dat ze te weinig tijd hebben om actief te zijn in netwerken, dat ze bang zijn dat anderen goede sier gaan maken met hun ideeën of dat ze voor zichzelf geen meerwaarde zien in het participeren in netwerken: het gaat toch goed zo? Kortom: er is in het onderwijs nog geen breed gedragen deelcultuur. Om een dergelijke cultuur tot stand te brengen, zullen we onderwijsprofessionals moeten vertellen en laten zien wat de meerwaarde is van het delen van kennis. Goede voorlichting, voorbeeldgedrag door leidinggevenden, het delen van goede voorbeelden en het weghalen van drempels… het kan allemaal bijdragen aan het ontwikkelen van een deelcultuur. Ook overtuigingskracht speelt een rol. We zullen aan collegae helder moeten maken dat netwerken belangrijk is, bijvoorbeeld om efficiënter gebruik te maken van aanwezige expertise in of om de organisatie of om aan te sluiten bij landelijke en internationale ontwikkelingen. Zo schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsadvies in het rapport ‘Naar een lerende economie’: ‘Innovatie vindt steeds meer in netwerken plaats: interne verbindingen binnen bedrijven worden vervangen door externe. Innovatie wordt zo steeds meer de resultante van samenspel.’

Intern of extern
Ook binnen OMO valt nog veel te winnen. Een blik in de online netwerkomgeving van de organisatie leert dat verschillende netwerken een nagenoeg slapend bestaan leiden. Tegelijkertijd zijn er ook actieve netwerken bijvoorbeeld rond de thema's P&O, identiteit/levensbeschouwing en diversiteit. Ook zijn er veel leraren actief die verbindingen leggen met vakgenoten buiten de organisatie. Ze gaan de dialoog aan op Twitter, delen hun ‘flipping the classroom’-instructiefilmpjes op YouTube of zijn lid van een netwerkorganisatie als The Crowd. Daarmee halen ze kennis, maar ook feedback op hun producten en ideeën, van buiten naar binnen. Er is ook een groep medewerkers die liever uitsluitend binnen de eigen school of in OMO-verband netwerken. Bijdragen aan de organisatie die je salaris betaalt en het idee dat professionals van andere organisaties er niet met de vruchten van het werk binnen OMO vandoor mogen gaan, zijn dan argumenten . Ook geven medewerkers aan het een veilig gevoel te geven dat je deelt met collegae, mensen die je kent en met wie je afspraken kunt maken. Hoe dan ook: netwerken, op elk niveau, kan bijdragen aan innovatie en verbetering van de onderwijspraktijk op de OMO-scholen. Het is dan minder belangrijk van welk organisatie-onderdeel deelnemers vandaan komen. Het gaat meer om een gemeenschappelijke focus, liefst op een concreet thema. Succesvolle netwerken zijn georganiseerd rond helder geformuleerde thema's: humor in de klas, flipping the classroom, gamification. Voor de organisatie betekent dat: geen one size fits all-oplossingen, maar gebruik maken van en aansluiten bij ieders wensen en mogelijkheden.

Intrinsieke en extrinsieke motivatie
Netwerken drijven op intrinsieke motivatie van de deelnemers. Je netwerk levert wat voor je op: nieuwe ideeën, antwoorden op je vragen. Momenteel loopt binnen de vereniging een pilotproject om te kijken of het actief zijn in netwerken daarnaast beloond kan worden met punten in het kader van het Lerarenregister. Een prima initiatief, maar dergelijke vormen van extrinsiek motiveren zullen niet dé prikkel zijn om netwerken te laten ontstaan en te floreren. Ze hebben uiteraard wel een waarderende functie richting actieve medewerkers en maken nog meer bewust van de waarde van actief participeren in netwerken. Als het gaat over motivatie is het vooral van belang initiatieven niet te ontmoedigen door het opwerpen van drempels. Uit gesprekken met medewerkers blijkt echter dat ondersteuning vanuit de schoolleiding niet organisatiebreed gegarandeerd is. Het wordt althans niet overal zo ervaren. Als voorbeeld wordt genoemd dat niet altijd wordt meegedacht over roostertechnische oplossingen als een medewerker aanwezig wil zijn bij een netwerkbijeenkomst.

Sharepoint
De vereniging OMO biedt haar medewerkers een Sharepoint-omgeving ter ondersteuning van de OMO-interne kennisnetwerken. Via https://www.omonetwerk.nl (alleen voor medewerkers van de vereniging) kan men een profiel aanmaken, zich aansluiten bij bestaande netwerken of een eigen netwerkomgeving inrichten en hier kennis delen. Het afgelopen half jaar hebben we met gebruikers regelmatig gekeken naar de functionaliteit van deze omgeving. Die wordt niet door iedereen als gebruiksvriendelijk ervaren. We hebben suggesties verzameld om hier wat aan te doen. Daarbij hebben we de verwachtingen wel moeten managen: grote investeringen in deze omgeving kunnen nog niet aan de orde zijn. Als de behoefte groter wordt, zijn dergelijke investeringen wellicht wel mogelijk. Daarmee ontstaat wel een kip-ei-situatie: medewerkers maken minder gebruik van de omgeving omdat die een relatief hoge leercurve heeft. En als er weinig gebruikers zijn wordt er niet geïnvesteerd in het gebruikersvriendelijker maken van die omgeving. Het aantal volledig ingevulde profielen vergroten, vergemakkelijkt het elkaar vinden. Een belangrijk aandachtspunt.

Faciliteren
Sharepoint is overigens slechts een middel, waarmee de vereniging haar netwerken faciliteert. Het OMO-bureau ondersteunt netwerkaanvoerders daarnaast met het bereiken van een specifieke doelgroep (bijv. door mailadressen van docenten van een specifiek vak ter beschikking te stellen), door ruimte te faciliteren of bijvoorbeeld door een goede spreker of begeleider te zoeken en waar nodig te betalen of de gelegenheid bieden om elkaar in een ongedwongen setting te ontmoeten. Het idee is: kom met een goede vraag, dan word je zo veel als mogelijk geholpen. Dit aanbod moet nog wel steviger gecommuniceerd worden. Het bureau kan verder een bijdrage leveren door kennis ter beschikking te stellen, bijvoorbeeld over de vraag hoe je een sprankelende bijeenkomst organiseert of over alternatieve online netwerkplatforms. Een medewerker die wat wil met een netwerk, zou dan advies moeten kunnen inwinnen over wat hij in zijn situatie het best kan gebruiken als online ontmoetingsplaats. Naast Sharepoint, bieden LinkedIn, Yammer, Twitter en Facebook bijvoorbeeld specifieke mogelijkheden die wellicht beter passen bij de opzet en doelstellingen van het betreffende netwerk.

Het nieuwe leren
Ict is niet alleen een middel om leren van en met elkaar te faciliteren. Het is ook een katalysator voor het doen ontstaan van netwerken. Elkaar vinden was nog nooit zo gemakkelijk. Dat besef kan ertoe bijdragen dat professionals er steeds vaker voor zullen gaan kiezen om vraagstukken niet alléén op te lossen, maar dat samen met collegae te doen, ook als die wat verder weg zitten dan aan de overkant van de tafel in de lerarenkamer. Ict biedt daarnaast steeds meer gebruiksgemak om te co-creëren: samenwerken aan materialen, bronnenbanken enzovoort. In een snel veranderende wereld, waarin hoge eisen worden gesteld aan de kennis en de productiviteit van professionals is netwerken dus van cruciaal belang: delen is het nieuwe leren. En sterke netwerken zijn een succesfactor voor iedere organisatie, zeker ook in het onderwijs. Laten we daarbij ook bedenken dat we onze leerlingen de 21e eeuwse vaardigheid van het netwerken het best kunnen aanleren als we hier zelf actief mee zijn en ervaringen mee opdoen.

Adviezen
Tot slot geef ik onderstaand per rol/functie zes adviezen vanuit de vraag: hoe kunnen we netwerken binnen de OMO-organisatie (verder) van de grond krijgen.

a. Aanvoerder, medewerker met behoefte aan kennisnetwerk
  1. Organiseer regelmatig face to face bijeenkomsten rond je thema of vraag om een netwerk te initiëren, te onderhouden en onder de aandacht te brengen. Dit zorgt voor meer betrokkenheid. Als je elkaar kent, is de drempel lager om online kennis te delen. Voor het thema ict hebben we dat onder andere gedaan in de OMO-ICTO-studiedag. Daarnaast zijn er de zogenaamde ‘Meesterlijke ontmoetingen’, interactieve netwerkbijeenkomsten rond een actueel thema . Ook worden twee keer per jaar bijeenkomsten georganiseerd waar alle netwerkaanvoerders elkaar ontmoeten. Ze worden bijgepraat over actuele ontwikkelingen en wisselen kennis, ervaringen en ideeën uit. 
  2. Organiseer netwerken in eerste instantie rond concrete thema’s en taken of praktische vragen. Beschrijf zo helder mogelijk het doel van je netwerk. Connecties tussen netwerken en netwerkoverstijgende activiteiten kunnen vervolgens aanvullen en versterken. Sterke netwerken binnen OMO zijn over het algemeen gevormd rond een concreet domein. 
  3. Vraag het OMO-bureau om je te ondersteunen, bijvoorbeeld met contactgegevens van potentiële kandidaten voor je netwerk. 
  4. Claim ruimte in tijd bij je leidinggevende, onder andere door de meerwaarde van het netwerk voor de school te benadrukken. 
  5. Maak (opbrengsten van) je netwerk zichtbaar en vindbaar, bijvoorbeeld in de nieuwsbrief van je school of middels een update in je teamvergadering. 
  6. Sluit je aan bij het OMO-netwerk van netwerkaanvoerders om ervaringen, ideeën en vragen uit te wisselen. 
b. Leidinggevenden
  1. Vraag je medewerkers allemaal minimaal hun profiel te vullen op het OMO-netwerk, zodat ze vindbaar zijn op hun belangstelling en expertise. 
  2. Laat de intrinsieke motivatie van medewerkers om hun praktijk te verbeteren leidend zijn en geef ruimte in tijd, medewerking en middelen. Geef een enthousiaste medewerker de tijd om naar een netwerkbijeenkomst te gaan en vraag na afloop de opgedane inzichten te delen met het eigen team. 
  3. Maak als leidinggevende zelf gebruik van netwerken. Practice what you preach! 
  4. Waardeer de energie die medewerkers steken in het delen van kennis, onder andere met positieve aandacht en feedback en het vieren van resultaten. 
  5. Neem het item netwerken / kennis delen op in de gesprekkencyclus (HRM-beleid). 
  6. Heb geduld. Het ontwikkelen van een deelcultuur betekent het werken aan een andere mindset. Dat kost tijd. Netwerken hebben de tijd nodig zich te ontwikkelen. 

c. Ondersteunende organisatie-onderdelen, zoals communicatie en ict
  1. Spoor good practices binnen de organisatie op en deel ze via de interne communicatiemedia. 
  2. Werk continu aan een gebruiksvriendelijke inrichting van je ict als middel om elkaar te vinden, om bronnen te delen, voor dialoog en voor het organiseren van activiteiten en taken. 
  3. Zorg voor gemakkelijk toegankelijke informatie voor medewerkers die een netwerk willen starten en onderhouden. Denk aan het samenstellen van een handboek of e-learningmodule, instructievideo’s voor het werken in Sharepoint of hulp bij het organiseren van een face to face bijeenkomst. 
  4. Bied medewerkers die een netwerk gaan opzetten een coachingspakket (bijvoorbeeld twee keer een uur persoonlijke begeleiding). 
  5. Help medewerkers elkaar te vinden. Denk aan een prikbord waarop men elkaar kan vinden aan de hand van een specifieke vraag of een concrete oproep. 
  6. Organiseer minimaal een keer per jaar een inspirerende bijeenkomst voor netwerkaanvoerders, met zowel input (een spreker) als ruimte voor uitwisseling van ervaringen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen