25 juli 2008

Vakantiecolumn 4: Geluk op het werk

Een nieuwe meester of juffrouw, een ander klaslokaal en weer heel veel nieuwe dingen om te leren. Elk jaar aan het einde van de schoolvakantie voelde ik - toen ik nog een kleine jongen was die met een korte broek en scheiding in het haar durfde te lopen - die prettige spanning van een nieuw schooljaar. Telkens weer sliep ik de zondagavond van tevoren maar moeilijk in. Met een schone lei beginnen, dat is spannend én geweldig. Toen ik al wat groter was, besloot ik dan ook om een beroep te kiezen waarin ik vaak nieuwe mensen zou ontmoeten en elke dag wat nieuws zou leren. Ik zou journalist worden, net als Kuifje, maar wat minder gevaarlijk mocht ook. Na wat inefficiënte, maar leerzame omtrekkende bewegingen ben ik journalist met een kuifje geworden. Werken is leuk, vakantie ook.

"Volgende week moet ik weer," verzucht een collega-veertiger die zijn caravan naast onze tent heeft neergezet. Hij ziet er uit als vijftiger, drinkt, eet en rookt om te vergeten, laat zich door het leven voortslepen en is geen uitzondering. Wat jammer, denk ik. Je besteedt zo'n groot deel van je leven aan je werk. Maar als je op de zaak bent kruipen de wijzers van de klok altijd weer te traag naar vijf uur. En als de bel gaat voor de lunch is het alsof de twee handen die je zojuist nog aan het wurgen waren, even loslaten ... een half uurtje maar.

Ik geniet van mijn vakantie, slapen in een tentje, de hele dag buiten zijn, ver weg van toetsenborden en schrijfblokjes. Ik geniet ook van mijn werk: nieuwe mensen ontmoeten, elke dag wat nieuws leren. "Mag", wil ik mijn buurman daarom corrigeren, "mag je weer, bedoel je." Maar dat doe ik natuurlijk niet. Misschien heb ik gewoon geluk gehad en mijn buurman geen keuze. "Tja, de schoorsteen moet branden", zeg ik dus maar, me onhandig verstoppend achter een groot en nauwelijks troostgevend cliché.

Even later wandelen we door dat kleine Franse dorpje, de boulangerie, l'église en dan ... een schoolplein vol rennende, gillende, lachende en spelende kinderen. Ik zie een tienerachtige twinkeling in de ogen van de veertiger. "Geweldig hè?" zegt hij, kijkend naar de kinderen. "Er zijn bij ons nog heel veel schoolmeesters nodig", antwoord ik en leg daarbij mijn hand op zijn schouder.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen