Bij SintLucas zijn sinds enige tijd zogenoemde interessegroepen actief. Dit zijn Teams-omgevingen rond een thema, waar collega’s hun bronnen, ideeën en vragen kunnen delen. Op dit moment hebben we deze groepen rond de thema’s Generatieve AI, Studentenwelzijn, Lerend Kwalificeren en Brede Vorming. De groepen worden gehost door ons SintLucas Expertisecentrum (ons Center for Teaching and Learning, CTL).
Soms valt het wat stil in zo’n groep of merken we dat de mate van inbreng per community-lid nogal verschilt. Perfect normaal, dat laatste, zegt de 90-9-1-regel (Nielsen, 2006). De betrokkenheid van deelnemers in een community is volgens die regel:
- 90% lurkers (consumeren alleen),
- 9% contributors (dragen af en toe bij),
- 1% creators of superusers (produceren het grootste deel van de content).
Gisteren vroeg ik een bijeenkomst van scholen die met de ontwikkeling van een CTL bezig zijn: ‘Om die 90% wat actiever te krijgen, moeten we daarvoor geen community manager inzetten?’
Een half uurtje later zat ik op de fiets en dacht: ‘Nee, geen community manager!’ Want managen klinkt als sturen, de regeltjes handhaven, beheren. Daar gaat het niet om. Wat we wel nodig hebben?
Een eerste poging:
- Een ‘community pyromaniac’: een brandjes-stichter, die goed is in het aanzwengelen van vurige discussies
- Een ‘community Manuel *’: iemand die schijnbaar onnozele vragen stelt, maar zo wel het gesprek op gang weet te brengen
- Een ‘community cheerleader’: moedigt community-leden aan, geeft positieve feedback om zo deelnemers te enthousiasmeren
- Een ‘community defibrillator’: reanimeert de community die helemaal stil is gevallen
Wat helpt communities in jouw organisatie?
*Manuel is een typetje uit de Britse comedyserie Fawlty Towers, bekend van de uitspraak: 'I know nothing, I am from Barcelona'.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten