07 mei 2019

Walibi en de onderzoekende houding

Ik ben gek op weetjes. En op vragen om dingen uit te zoeken die weer leiden tot nieuwe weetjes. Een Twitter-account als @waaromweetikdit volg ik dan ook trouw. Elke dag komen er wel een of enkele weetjes voorbij. Zo ontdekte ik dat de vorm van het Petit Beurre-koekje niet zomaar gekozen is...
Als je als leerkracht de weetgierigheid van je leerlingen wilt prikkelen, is het altijd fijn interessante feitjes paraat te hebben. Die kun je dan weer gebruiken om de onderzoekende houding van je leerlingen op gang te brengen of te houden.

Neem nu de tweet van @waaromweetikdit uit de afbeelding bij dit blogje.

Een weet- of opzoekvraag naar aanleiding van deze tweet is: in welke plaats ligt de Nederlandse Walibi. Dat is natuurlijk Biddinghuizen. Het toeval wil dat die plaatsnaam met 'bi' begint, net als Bièrges. Een onderzoeksvraag kan nu zijn: welke plaatsen die beginnen met 'wa' en 'li' zouden geschikt zijn, als Walibi Nederland twee nieuwe pretparken zou willen starten en waarom.

Verder is het interessant een check te doen op de uitspraak. Dan vind je dat de drie plaatsen onderdeel zijn van één gemeente en dat er dus geen drie Walibi-pretparken zijn in België, maar één.

Vanuit het perspectief van taal: Walibi is een zogenaamd acroniem. Voorbeelden zijn gemakkelijk te vinden. Wil je hiermee aan de slag vanuit het onderzoekend leren dan kun je opdrachten geven als:
  • Welke 'merknamen' in onze stad, ons dorp, onze wijk zijn acroniemen en waar staan ze voor?
  • Stel dat onze school een nieuwe naam zou moeten krijgen, bedenk een acroniem dat heel geschikt zou zijn.
Binnenkort verschijnt de nieuwe editie van Vives met mijn artikel over de didactische werkvorm 'Grej of the Day'. Ook hier spelen interessante weetjes een prominente rol.

05 mei 2019

'Gamen en autisme' beschikbaar in herdruk

Veel jongeren met autisme voelen zich aangetrokken tot technologie, computers en games. De wereld van nulletjes en eentjes is immers voorspelbaar en helder en technologie luistert in principe altijd naar jouw commando¿s. De sociale wereld is voor mensen met autisme veel complexer.

Ouders en begeleiders maken zich vaak zorgen over die passie voor technologie en dan met name voor het gamen. Hoe ondersteun je een kind met autisme in het vinden van een balans tussen enerzijds de plezierige en veilige wereld van het gamen en anderzijds het oefenen van vaardigheden in de sociale wereld?

Doel van dit boek is om ouders en hulpverleners houvast te bieden bij het begeleiden van kinderen en jongeren met autisme die games spelen naar een goede balans tussen het gamen en andere activiteiten en verantwoordelijkheden. Zij vinden in dit boek achtergrondinformatie, praktische adviezen en ervaringsverhalen.

'Gamen en autisme' is tot stand gekomen door gesprekken te voeren met deskundigen, maar vooral ook door te luisteren naar ervaringen uit de eerste hand: de verhalen van gamers met autisme en hun ouders. De auteurs hebben hiervoor tientallen interviews gehouden en een aantal enquêtes uitgezet, die door ruim 500 respondenten met opvallend veel toewijding zijn ingevuld.

Onderdeel van het boek is de Toolkit Gezond Gamen, een verzameling activiteiten en opdrachten die je als gamende jongere met autisme in zes weken doorloopt. Doel is het gamen een gezonde(re) plek te geven in het dagelijkse leven. De opdrachten worden gedaan met een helper. Dat kan een ouder, verzorger of begeleider zijn. De inhoud is zodanig samengesteld dat deze begeleider geen deskundige of professional hoeft te zijn om ermee te werken. Bij de opdrachten horen formulieren die als afdrukbaar bestand beschikbaar zijn op de website.

In dit boek richten de auteurs zich voornamelijk op kinderen en jongeren met autisme met een gemiddelde tot hoge cognitieve begaafdheid, aangezien de insteek is om op basis van dialoog en zelfhulp met het thema aan de slag te gaan. Voor kinderen met een (lichte) verstandelijke beperking in combinatie met autisme, zullen ouders en hulpverleners de vertaalslag moeten maken van de aangeboden handvatten naar hun specifieke situatie.

De oorspronkelijke editie uit 2011 is moeilijk verkrijgbaar. Daarom hebben de auteurs het boek opnieuw beschikbaar gemaakt via 'Maak je eigenonderwijsboek'. Het boek is verkrijgbaar op http://www.maakjeeigenonderwijsboek.nl/books/199821 (€ 17,95).

02 mei 2019

Interview Linda Liukas: ‘Ik wil de Bjørk van het programmeren worden’

Dit interview verscheen in Vives, nummer 162, 2019

Als de zesjarige Ruby haar speelgoed moet opruimen, bergt ze keurig haar knuffels, blokken en poppenhuis op. Haar kleurpotloden laat ze echter op de grond liggen. ‘Kleurpotloden zijn geen echt speelgoed’, zegt ze. Zo werkt het ook bij computers: ze doen precies wat je ze opdraagt, niets meer, niets minder.

Ruby - de naam is een verwijzing naar de programmeertaal Ruby - is de creatie waarmee de Finse kinderboekenschrijfster Linda Liukas (1986) ‘computational thinking’ naar een jonge doelgroep brengt. Met haar avontuurlijke instelling en haar voorkomen doet Ruby een beetje aan Pippi Langkous denken. Beiden hebben de zonder-vrees-houding van ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’

In 2015 verscheen het eerste boek in de serie ‘Hello Ruby’. De titel verwijst naar de eerste oefening waarmee sinds jaar en dag zowat elke programmeercursus begint: ‘Hello, World!’ Om de uitgave mogelijk te maken, zamelde Liukas bijna 400.000 dollar in via het crowdfunding-platform Kickstarter. Daarna ging het snel. Zo zijn ondertussen haar boeken vertaald in 25 talen. Twee titels zijn in het Nederlands verkrijgbaar. ‘Mijn boeken gaan niet over hardware of software, maar over hoe programmeren werkt en hoe je de taal kunt gebruiken om je er mee te uiten.’ Ik spreek Liukas medio oktober, na afloop van haar presentie op de ESHA-conferentie in Tallinn, Estland (zie kader), waar ze haar verhaal deelt met zo’n 700 schoolhoofden.

Ruby is 6 jaar. Is je doelgroep niet veel te jong om al na te moeten denken over iets ingewikkelds als programmeren?
‘Mijn boeken gaan over het begrijpen van de wereld om je heen. Daarin spelen computers en programma’s een steeds belangrijkere rol. Er zijn misschien wel honderd computers in je huis te vinden; ik vind het belangrijk dat ook kinderen begrijpen hoe die werken. Ik richt me in mijn werk op kinderen tot 9 jaar. Je kunt de boeken samen lezen met een volwassene, zo leer je samen. Ik wil kinderen met mijn boeken een positief en optimistisch verhaal brengen over programmeren. Programmeertaal is een nieuwe wereldtaal waarin veel plaats is voor je creativiteit. Computers bieden veel mogelijkheden om te spelen. Computational thinking gaat vooral over de onderliggende principes van programmeren. Het geeft je grammatica en vocabulaire om te begrijpen, uit te leggen en te creëren.’

Hoe maak je die principes duidelijk aan zo’n jonge doelgroep?
‘Mijn lezers leren bijvoorbeeld dat computers jouw opdrachten letterlijk nemen en dat je geen stappen mag overslaan. In het eerste boek moet Ruby zich snel aankleden, maar er is niet gezegd dat ze eerst haar pyjama uit moet doen. Dus doet ze haar kleren over haar pyjama aan. Ik leg niet uit wat een ‘loop’ is, geef geen definities, maar vraag kinderen: hoe voelt een ‘loop’ aan? Dan neem ik een dans als voorbeeld. Als je danst, maak je bepaalde passen en herhaalt die. Als je dat heel lang doet word je heel moe of wordt je moeder boos. Dus vertel ik dat je in je ‘loop’ een ‘until’ moet bouwen, een voorwaarde die vertelt wanneer de ‘loop’ onderbroken moet worden. Of neem een moeilijk begrip als algoritmes. Ik geef eerst de opdracht de getallen 1, 56, 4, 70, 20 op volgorde te zetten. Dat is niet moeilijk. Stel nu: je hebt een reeks van honderd getallen. Dan wordt het tijdrovend die op volgorde te zetten. Een computerprogramma kan dat sneller. Welke opdrachten zou je de computer dan moeten geven, welke regels moet de computer volgen? Je maakt in dit geval een ‘bubble sort’, waarbij eerst de eerste twee cijfers op een rij worden gezet, dan nummer twee en drie enzovoort en net zo lang tot alle getallen goed staan.’

Fake news, digitale kinderlokkers, gameverslaving, manipulaties door Facebook… er zit ook een duistere kant aan de wereld van computers. Hoe ga je daarmee om in je boeken? 
‘Ik vind dat jonge kinderen recht hebben op een zorgeloze jeugd, dat je ze een optimistische kijk op de wereld moet bieden. Zeker, er zit een donkere kant aan de huidige technologische ontwikkelingen. Maar daar kun je ze later ook nog mee leren omgaan, op het moment dat ze ook op andere manieren de grote boze wereld gaan verkennen. Jonge kinderen kunnen gemakkelijk in aanraking komen met die boze wereld via het internet. Moet je ze daarvoor behoeden? Ik vind dat wel een dilemma. Net als in de fysieke wereld hebben kinderen ruimte nodig om deels zonder toezicht, zonder beperkingen de wereld te verkennen. Dat gun ik ze ook in de digitale wereld. Je kunt ze wel vertellen wat ze moeten doen als er iets gebeurt dat niet pluis voelt. Zoals je kinderen ook zegt geen snoepjes van vreemden aan te nemen als ze buiten gaan spelen.’

Ruby is een meisje. Je wilt vast met je boeken bereiken dat meer meisjes gaan programmeren, zodat ze straks een bijdrage kunnen leveren aan de economie.
‘Het boek is niet alleen voor meisjes. Ik zie dat ook jongens de boeken waarderen. In Japan vertelde een jongetje me dat Ruby zijn favoriete stripkarakter is. Zeker, het is mooi als meer meisjes en vrouwen leren programmeren. Maar voor mij is het economische perspectief daarbij niet belangrijk. Ik hoef geen bijdrage te leveren aan het toekomstige Bruto Nationaal Product van landen. Ik ben onafhankelijk, niet verbonden aan de Googles en Microsofts van deze wereld die staan te springen om goede programmeurs. Zij proberen jonge kinderen al genoeg te beïnvloeden vanuit hun perspectief. Technologie is te belangrijk om het over te laten aan alleen de techneuten. Mijn wapen, als eenling tegen de grote bedrijven, is dat ik verhalen kan vertellen, verhalen die kinderen aanspreken, die hun creativiteit bevorderen, ze stimuleren om te spelen, hun fantasie te gebruiken. Als een kind me in een workshop vertelt dat een fietslamp ook een soort computer is en dat je er een filmprojector van zou kunnen maken, heb ik het goed gedaan. Dan heeft de verbeelding gewerkt, vanuit het begrip wat technologie kan doen. Ik voel me goed in de rol van rebel, iemand die iets unieks brengt.’ Lachend: ‘Als ik groot ben, wil ik de Bjørk van het programmeren worden.’

Artificiële intelligentie, big data… de digitale wereld ontwikkelt zich in razend tempo. Neem je je lezers ook mee in die nieuwe ontwikkelingen? 
‘Eerst hadden we alleen regels, heldere opdrachten die we computers geven. Nu voeren we ze de data. Daarmee kan een slimme computer tegenwoordig zelf een model maken. We geven hem vier plaatjes van een kat en hij zal de vijfde kat als kat herkennen. Dat is een principe dat ik uitleg. Ook hier zit weer een keerzijde aan. Zo kan een lerend systeem vooroordelen bevestigen: een computer zou op basis van data bijvoorbeeld kunnen stellen dat verpleegkundigen altijd vrouwen zijn. In mijn nieuwste boek, op dit moment alleen nog in het Fins verkrijgbaar, ga ik in op hoe de wereld verandert onder invloed van de computer.’

Hoe zouden scholen met de ‘Hello Ruby’-verhalen of met computational thinking in het algemeen aan de slag kunnen?
‘Die vraag krijg ik vaak en ik kom er steeds meer achter dat ik daarvoor niet een pasklaar antwoord heb. Er zijn veel verschillen in hoe onderwijs wordt georganiseerd. Groot-Brittannië en Australië kennen bijvoorbeeld een curriculum rond computers en programmeren. In Finland wordt veel thematisch gewerkt. Als je aan een thema werkt, zoals verkiezingen, kun je daar betekenisvol computational thinking aan koppelen. Ook in projectonderwijs kun je computational thinking een plek geven. Voor oudere leerlingen die vanuit interesse al veel doen en kunnen met programmeren, zou je als school samen kunnen werken met het bedrijfsleven. Met realistische vraagstukken als vertrekpunt, kun je ze dan laten ervaren dat zij actief kunnen bijdragen aan het oplossen van problemen. De belangrijkste boodschap die het onderwijs mee moet geven aan jonge mensen is deze: computational thinking is iets dat door mensen gedaan wordt, niet door computers.’

De Nederlandse vertalingen van de ‘Hello Ruby’-boeken worden uitgegeven door Uitgeverij Nieuwezijds. Op https://www.helloruby.com/nl vind je meer informatie en een aantal werkbladen. De lezing van Liukas op de ESHA-conferentie is terug te zien op www.esha2018.eu.

29 april 2019

My Tube # 1 - 'La Mamadora' - Stef Kamil Carlens


'Liefde voor muziek' is de Vlaamse tegenhanger van het Nederlandse televisieprogramma 'Beste zangers', waarin artiesten elkaars muziek vertolken. Het zeer divers gezelschap van muzikanten - dit seizoen zingt ook Ilse DeLange mee - staat voor bijzondere muzikale cross overs.

Een aangename verrassing is deze clip, waarin je ziet en hoort hoe Stef Kamil Carlens, een vertegenwoordiger van de alternatieve rock, het nummer 'Mamadora' van charmezanger Bart Kaëll vertolkt. Carlens zet een intense sfeer neer, geeft het nummer een mooie diepte en dynamiek. Het begint klein, bouwt dan langzaam op om daarna zachtjes uit te sterven.

Uiteraard brengt de cameraman regelmatig Kaëll in beeld die zichtbaar ontroerd, met open mond beleeft wat Carlens met zijn lied doet.

Grappig detail over het lied (het origineel uit 1986, Kaëll leek in die tijd een beetje op Benny Neyman): in een eerste versie ging het lied over een vrouwelijke stierenvechter, een 'matadora'. De 't' in de titel zou de Vlaamse luisteraars te hard klinken, dus werd het 'mamadora'. Google was nog niet bedacht: Kaëll kwam er pas jaren later achter dat dit woord schuttingtaal is voor 'orale bevrediging'. Trouwens: wie nu op 'mamadora' zoekt, vindt bij de tekstresultaten vooral keurige betekenissen, zoals 'fiep'. Bij zoeken op afbeeldingen wordt echter de ware aard van 'mamadora' onthuld. Waarschuwing: er kunnen beelden zijn die als minder fris ervaren kunnen worden.

22 april 2019

Gelezen: 'De Toegift' van Doron Ketelaars

Met je vrienden in een bandje spelen. Dromen over grote podia, interesse van de meisjes, gratis bier. 'Jongens waren we, maar aardige jongens', schreef Nescio, dat idee. Ik zong, speelde gitaar, maar was realistisch over wat haalbaar was: we rotzooiden maar wat aan. Herinneringen komen boven bij het lezen van 'De Toegift', het verhaal van een fictieve band van vier fervente Rolling Stones-fans. Ik kreeg het boek cadeau van vriend Roland, nog steeds actief muzikant. Met onze vriendenclub bezochten we vroeger vele concerten, waarbij ik steevast fantaseerde dat de gitarist of zanger plotseling omviel en dat de band dan het publiek vroeg of er iemand was die... Dat gebeurde natuurlijk niet en dat is maar goed ook. Ik kan niet geweldig zingen, geen teksten onthouden en beheers maar een handvol akkoorden.

Het verhaal van 'De Toegift' gaat over de opkomst en de ondergang van The Pawnbrokers. Het leest als een jongensboek, over iets oudere jongens, maar nog steeds jongens, zelfs als ze aan het einde van hun carrière zijn aangekomen. Auteur Doron Ketelaars vertelt het verhaal met vaart en humor (een drummer met een hartritmestoornis). Maar het is niet alleen maar leuk. 'De Toegift' gaat over toewijding (jarenlang oefent de band om hun cover van 'Sympathy for the devil' goed in de vingers te krijgen), over het ingewikkelde van het liefdesleven, het balanceren tussen dromen en de harde realiteit (een baantje bij de PTT, het plotselinge overlijden van de manager die naar achteraf blijkt het natuurlijk vooral voor zichzelf deed). En vooral over dat unieke gevoel van met vrienden in een band spelen, ieder met je eigen ideeën en mogelijkheden die op bepaalde momenten ineens magisch bij elkaar komen. Dan staat er ineens een groot publiek voor je neus en zorgt de interactie met die toehoorders voor een 'flow' waarin de band het eindelijk aandurft: 'Sympathy for the devil' spelen.

Doron Ketelaars - De Toegift, Brave New Books

08 april 2019

God

God is een oude man met een grote witte baard. Het is hoe ik als katholiek manneke leerde uit de bijbel, op school en tijdens kerkbezoeken. Ik vond het wel mooi: een simpele verklaring voor hoe wij hier op aarde terecht gekomen zijn én een helder pakket regels om naar te leven.

Gaandeweg viel ik van mijn geloof. En ging van het ietsisme ('ik geloof wel dat er iets is') naar het nietsisme ('ik geloof niet dat er iets is'). Maar dat vond ik uiteindelijk ook maar niets.

Onlangs bezocht ik de theatervoorstelling 'Spinoza' van het Zuidelijk Toneel over de filosoof met dezelfde naam en het hoofd dat iedereen uit de guldentijd nog kent van het briefje van duizend. Spinoza's idee van God was dat in alles God zit (in de natuur, de mens...) en/of dat God in alles zit. God leren kennen is alles leren kennen en daarom is zijn visie meteen ook een pleidooi voor de wetenschap. Blijven onderzoeken, je ontwikkelen, kennis opdoen: dat geeft gelukzaligheid!

Het is een interessant idee, net als het idee van God als die oude man. Je zou kunnen zeggen: kennelijk is het zo dat je het idee kunt kiezen dat het beste bij jou of jouw groep, je overtuigingen of cultuur past. Dat betekent dat de betekenis die je wilt geven aan het begrip God een keuze is. Je zegt ermee ook dat je niet kunt zeggen dat God niet bestaat. Het begrip bestaat, net als al die betekenissen die mensen eraan geven.

Dat bracht me bij de vraag: welke betekenis wil ik geven aan het begrip God. Wie of wat is God voor mij?

Ik heb, net als in mijn eerste geloofsjaren, de behoefte aan een verklaring voor het ontstaan van dat wonderlijke fenomeen van die levende planeet aarde (hoewel voor mij het wonder ook wonder mag blijven). Ook ben ik altijd blij met wat richtlijnen die helpen om de samenleving een beetje te laten werken. En zo kwam ik al weer even geleden op het idee dat er simpelweg een 'e'-tje mist in het begrip God. Herstel je dat, dan krijg je:
God is Goed, alles wat goed is, is God.
Dat betekent dat:
  • het leven op aarde is ontstaan door een uiterst goede samenloop van omstandigheden
  • het goede kan gebeuren omdat je in God gelooft, je gelooft dat er altijd hoop is
  • alles wat niet goed is, niet de schuld is van een God, maar van slechtere samenlopen van omstandigheden (die mag je dan 'duivels' noemen)
  • alles wat je doet dat niet goed is (voor jezelf, een ander, de mensheid) goddeloos is
  • je eigenlijk één grote, religie overstijgende geloofsgemeenschap vormt met iedereen die ongeveer hetzelfde onder goed verstaat
  • goede documenten samen de 'bijbel' vormen bij deze interpretatie: de universele rechten van de mens, de millenniumdoelen, maar ook alle goede literatuur
  • je God wel kunt aanbidden, maar dat je er beter aan doet God na te streven, het goede te doen
Tot zover deze lezing...

Bronnen

07 maart 2019

Ga de confrontatie aan!


De zelfhulpboeken kunnen overboord. Je hoeft namelijk maar één ding te doen om beter te worden: de confrontatie aangaan met hetgeen nu nog je ontwikkeling tegenhoudt.

Ik kom op deze gedachte door de tv-serie ‘Dream School’. De hoofdrolspelers in het programma zijn jongeren die vastgelopen zijn in het leven. Ze hebben gaandeweg een strategie ontwikkeld om om te gaan met moeilijkheden, een groef die niet helpend is, maar waar ze toch steeds in terugvallen. Die groef voelt immers ondanks alles veilig en vertrouwd. Het alternatief - de confrontatie aangaan met je eigen patronen - is té spannend. Want wat gaat dat met je doen? 

Groepsaanmoediging
Het is waar Eric van ‘t Zelfde en Lucia Rijker hun begeleiding bij Dream School op baseren. Ze brengen de jongeren in situaties waarin ze de confrontatie met zichzelf wel moeten aangaan. Waar het kan, maken ze dat wat minder spannend: door steun te bieden, door gastdocenten in te zetten in wie de jongeren zich kunnen herkennen ('je bent niet de enige die...'), door stapsgewijs te werken aan door de jongeren zelf geformuleerde persoonlijke doelen. En ze maken gebruik van groepsaanmoediging (zoiets als groepsdruk, maar dan met een positieve bedoeling).

Aangaan wel
Of je nu vastgelopen bent of redelijk ongeschonden door het leven stapt: iedereen heeft dingen in zich die om een confrontatie vragen. Het begint ermee te herkennen en te erkennen wat je precies in de weg staat om je volgende doel te bereiken. Dat kan iets kleins of iets groots zijn. Stap twee is de die groef aan te gaan. Soms door een teen in het koude water te steken of te beslissen tot die duik in het diepe. Dat is eigenlijk alles. En als je dat doorhebt, heb je verder voldoende aan het motto dat alle zelfhulpboeken overbodig maakt: ‘vermijden brengt je niet verder, aangaan wel’. Dat, en een paar fijne mensen om je heen die je scherp houden.

09 februari 2019

Een spookrijder...

'Haal niet in, blijf rechts rijden, en probeer door lichtsignalen de spookrijder te waarschuwen'. Ik hoorde de boodschap gisteren weer eens op de radio. En vroeg me af: is dit de beste manier om een spookrijder-situatie tot een veilig einde te brengen. Kan het beter?

Bij de huidige waarschuwing blijf je rijden, wat bij een botsing tot grotere schade lijdt. Bovendien kan de spookrijder eigenlijk geen kant op, anders dan stoppen op de linkerstrook. En chauffeurs die de boodschap niet hebben gehoord, komen er niet gemakkelijk achter wat er aan de hand is.

Hoe zou het bijvoorbeeld werken als dit de boodschap wordt: 'Waarschuw de spookrijder met lichtsignalen, vertraag uw snelheid. Breng uw voertuig tegelijk met andere weggebruikers tot stilstand op de vluchtstrook. Zet uw alarmlichten aan.' Alle weggebruikers krijgen dan mee dat er iets aan de hand is, de spookrijder kan veiliger stoppen en keren.

Ik ben geen verkeersdeskundige, er zitten vast ook haken en ogen aan elk alternatief. Maar kan het beter?





17 januari 2019

Tussenevaluatie met Post-Its

In langere opleidings- of begeleidingstrajecten met groepen, doe ik regelmatig een tussenevaluatie. Een eenvoudige werkvorm die tot goede gesprekken kan leiden is de volgende. Geef alle deelnemers vier Post-Its in vier verschillende kleuren. Plak van elke Post-It een exemplaar op een tafel of wand. Op elke Post-It schrijf je een reflectievraag, bijvoorbeeld:
  • Wat is je grootste overwinning tot nu toe?
  • Wat is je eerstvolgende kleine doel voor de korte termijn?
  • Wat is de ‘grootste’ vraag waarmee je momenteel bezig bent?
  • Wat geeft je energie in dit traject?
De deelnemers nemen 10 minuten om beknopt hun vier antwoorden te noteren op de vier Post-Its. Als ze klaar zijn plakken ze die onder de juiste 'kolom' op de tafel of wand.

Hierna krijgt iedereen kort leestijd. Opdracht is om één Post-it die je nieuwsgierig maakt of interessant vindt eruit te pakken.

Tot slot mogen alle deelnemers vertellen welke Post-It ze eruit hebben gehaald en waarom. Ze mogen een verdiepingsvraag stellen aan de eigenaar van de Post-It. Daarna mogen ook de andere deelnemers reageren. De trainer leidt het gesprek en bewaakt de tijd.

Met grotere groepen wordt het al snel te druk bij de verzamelplek van de Post-Its. Je kunt dan een foto maken en die eventueel op een scherm laten zien. Of je werkt helemaal digitaal op een Padlet (digitaal prikbord) waarop deelnemers hun antwoorden kunnen posten en die van de anderen bekijken.

10 december 2018

Nieuw: 'Monitor van de Wereld'

Waar zijn vandaag vulkanen actief, woeden bosbranden of bevinden zich onweersbuien? Wat is er nu op de radio in India? Hoe verlopen migratiestromen over de wereld? Hoe heeft het verband tussen inkomen en levensverwachting zich in de afgelopen periode ontwikkeld? Laat je leerlingen op onderzoek uit gaan met de  'Monitor van de Wereld', een verzameling online bronnen, die aansluiten bij verschillende thema's van de wereldoriënterende vakken. Veel van de geboden bronnen bieden aantrekkelijke visualisaties en animaties. Ze zijn bovendien allemaal kosteloos en zonder account te gebruiken.

Door te werken met de monitor werken leerlingen ook aan hun digitale geletterdheid en geef je als leerkracht inhoud aan het motto 'kennis van de wereld in een wereld vol kennis'.

De verzameling is samengesteld door de adviseurs Ontdekkend en Onderzoekend Leren van BCO Onderwijsadvies. De pagina wordt onderhouden en aangevuld met suggesties van bezoekers.

Klik hier om te bezoeken.