10 december 2018

Nieuw: 'Monitor van de Wereld'

Waar zijn vandaag vulkanen actief, woeden bosbranden of bevinden zich onweersbuien? Wat is er nu op de radio in India? Hoe verlopen migratiestromen over de wereld? Hoe heeft het verband tussen inkomen en levensverwachting zich in de afgelopen periode ontwikkeld? Laat je leerlingen op onderzoek uit gaan met de  'Monitor van de Wereld', een verzameling online bronnen, die aansluiten bij verschillende thema's van de wereldoriënterende vakken. Veel van de geboden bronnen bieden aantrekkelijke visualisaties en animaties. Ze zijn bovendien allemaal kosteloos en zonder account te gebruiken.

Door te werken met de monitor werken leerlingen ook aan hun digitale geletterdheid en geef je als leerkracht inhoud aan het motto 'kennis van de wereld in een wereld vol kennis'.

De verzameling is samengesteld door de adviseurs Ontdekkend en Onderzoekend Leren van BCO Onderwijsadvies. De pagina wordt onderhouden en aangevuld met suggesties van bezoekers.

Klik hier om te bezoeken.

18 november 2018

Werkvorm: een beroep op metaforen

Deze werkvorm kun je onder andere inzetten in bijeenkomsten waar het gaat over missie en visie. Doel is om met een frisse blik te kijken naar je organisatie: de processen, de doelen, de inrichting.

Laat alle deelnemers op een kaartje of Post-it een willekeurig beroep schrijven, bij voorkeur een beroep dat wat verder staat van de functies binnen je organisatie. Vertel nog niets over de opdracht die er aan gekoppeld is.

Als iedereen een beroep heeft genoteerd, geef je de opdracht:
  • maak tweetallen
  • toon elkaars beroepen
  • een deelnemer vraagt: 'Dus jij bent .... Wat zou je vanuit jouw beroep aan onze organisatie adviseren?'
  • de ander antwoordt vanuit het perspectief van zijn/haar beroep met een vraag of suggestie; je gebruikt het beroep als een metafoor.
Voorbeelden:
  • Politieman: 'Hoe zou je binnen jouw tijdig signalen op kunnen vangen dat er iets verkeerd gaat?'
  • Atleet: 'Wij werken tegenwoordig met allerlei technologieën die onze trainingen ondersteunen, onder andere met data. Hoe zou er dat bij jullie uit kunnen zien?'


17 november 2018

Het tegenovergestelde van een invasie

Afgelopen week liep ik een school binnen voor een afspraak met een werkgroep die ik begeleid bij het kiezen van een nieuwe methode voor wereldoriëntatie. Het was net half vier geweest, einde schooltijd. Op weg naar binnen werd ik links en rechts gepasseerd door honderden kinderen op weg naar buiten. Een omgekeerde invasie, dacht ik, maar wat is eigenlijk het tegenovergestelde van invasie? 'Exvasie' bestaat in elk geval niet, leek me.

Waar je eigen kennis én een zoekopdracht op Google tekort schieten, wordt het interessant. Mijn verderkomstrategie is dan: deel de vraag op Twitter. Ik heb dat al eerder gedaan met 'het tegenovergestelde van piekeren' en 'een beter, Nederlands woord voor 'tacit knowledge'.

Al snel druppelden de suggesties binnen:
  • exodus (@rinske)
  • evacuatie (@jasperbloemsma)
  • uitvaart (@wiswijzer)
  • evasie (@amalenstein)
  • stampede (@renatevanstigt)
  • aftocht (@72techniek)
  • eruptie (@mastergoat)
  • uitstroom of uittocht (@mellekramer)
In de context vind ik 'eruptie' wel de meest charmante, maar andere suggesties blijven welkom.

23 oktober 2018

Word je meer mens dankzij technologie?


'Als computers steeds beter worden in waar ze goed in zijn, moeten wij steeds beter worden waar wij goed in zijn.' schreef ik een aantal jaren geleden.

Ik moest er aan terugdenken tijdens een keynote van de Britse auteur en adviseur Charles Leadbeater op de ESHA-conferentie, onlangs in Tallinn. Met de invalshoek van onderwijs, stelde hij de vraag: 'Are we learning to be second rate robots, when we should be first rate humans?’

Zijn we bezig om betere, 'first rate' mensen te worden? Op veel werkvloeren lijkt het antwoord 'ja' te zijn. Repetitief, dom werk wordt steeds meer door machines gedaan. Ze doen dat sneller, met minder fouten en als het moet 24 uur per dag, 7 dagen per week. Mensen hebben daardoor meer tijd om te denken, te communiceren, creatief te zijn...

Maar zijn we er daarmee? Ik denk het niet en zo kwam ik op de vraag: helpen de technologieën van nu mij om meer mens te zijn? Het antwoord: ja en nee.

Ja, want technologie:
  • biedt mij toegang tot zo veel kennis die mij triggert mijn menselijke brein beter te gebruiken
  • helpt mij creatief te zijn in het schrijven, muziek maken, ideeën en beelden overbrengen
  • helpt mij te motiveren voor sportieve doelen (zie deze blog)
  • brengt mij gemakkelijk in contact met aardige, leuke, interessante mensen
Nee, want technologie:
  • dwingt mij soms tot taken die me als een robot laten voelen (onbelangrijke of ongewenste mail wegklikken, klanttevredenheids- of andere formulieren invullen) 
  • slurpt aandacht, waardoor ik soms minder aandacht besteed aan de echte wereld en echte mensen om me heen
  • manipuleert me door ondoorzichtige algoritmes (een van de redenen waarom ik met Facebook ben gestopt) 
  • stopt mij soms te veel in een bubbel van gelijkgestemden
  • maakt me luier dan ik wil zijn
  • werpt soms een virtuele dam op tussen mij en anderen (de reden waarom ik gestopt ben met boodschappen bestellen via een app, mijn lokale supermarkt is namelijk een geweldige plek voor toevallige ontmoetingen met dorpsgenoten)
Uiteindelijk is voor mij het antwoord overwegend 'ja', zolang ik de (relatief nieuwe) kunst blijf beoefenen die erop neerkomt te herkennen wanneer gebruik van technologie me minder mens maakt. En door dan actie te ondernemen. Het is de kunst om gebruik van technologie continu te toetsen aan de bedoeling: 'meer mens worden'.

Hoe helpt technologie jou meer mens te worden? En wanneer maakt technologie jou minder mens? 

22 oktober 2018

Zo kan het ook: president van Estland Kersti Kaljulaid

Van 17 tot en met 19 oktober bezocht ik de ESHA-conferentie in Tallin, Estland. Deze tweejaarlijkse conferentie is gericht op schoolleiders. Thema van deze editie was de snel veranderende wereld en de plek daarin voor het onderwijs.

Estland neemt dit thema bloedserieus met een nationaal actieplan, waarin een knappe balans is gevonden tussen digitalisering, aandacht voor 21e eeuwse vaardigheden en nieuwe vormen van didactiek enerzijds en oog voor de menselijke maat, inclusie, traditie, cultuur en compassie anderzijds. Onderwijs moet aansluiten bij de digitale generatie die wat anders de school in komt, maar ook beproefde aanpakken hanteren. En dat allemaal met een visie op de toekomst, waarin jonge mensen echt grensoverschrijdend zullen gaan werken, minder vastigheid zoeken bij een werkgever en aan de slag willen en moeten met de grote, ingewikkelde vraagstukken van deze tijd.

Dit alles wordt in Estland breed neergezet met alle partners rond het onderwijs. De overheid speelt een actieve, inspirerende en faciliterende rol. Het feit dat president Kersti Kaljulaid een onderwijsconferentie komt openen, zegt iets over hoe belangrijk men onderwijs vindt. Toch een beetje jaloersmakend, zeker als ik hoor wat ze te vertellen heeft en hoe ze dat doet: stevig, maar bescheiden, serieus, maar ook met luchtige, persoonlijke elementen. 

De keynote op ESHA is op moment van schrijven nog niet terug te zien, maar onderstaande video geeft een indruk. Kaljulaid sprak eerder dit jaar op de diploma-uitreiking van een Frans instituut. Neem even een kwartiertje om deze toespraak helemaal te beluisteren en te bekijken. 



Wat is de échte leerkracht van ict?

Het krijtbord is een digibord geworden; het lesboek een laptop of tablet. Hoera, we zijn digitaal! Maar wat draagt de digitale wereld nu werkelijk bij aan het leren? In deze bijdrage zijn 17 ‘kansen’ verzameld voor anders, slimmer, makkelijker en efficiënter werken in leersituaties.

Ict is geen panacee. Je moet digitale middelen beoordelen op hun waarde in een specifieke context. Ict inzetten doe je als het bijdraagt aan het leren in situatie x met leerlingen y en leerdoel z. En als de gekozen werkwijze of aanpak niet zonder ict kan. Of beter of gemakkelijker gaat met ict. Eventuele negatieve effecten? Zorg ervoor dat je ze in beeld hebt, oplost of accepteert omdat de balans naar ‘doen’ neigt.

Positieve effecten

Ict biedt volop kansen. Soms voorspelbaar, soms onverwacht. Er is zo veel en er kan zo veel. Op zoek naar constanten zie je bepaalde positieve effecten - ‘kansen’ genoemd in deze bijdrage - regelmatig terugkeren. Onderstaand vind je er 17, uitgewerkt met voorbeelden.

1 Plaatsonafhankelijkheid
Samen, onder begeleiding leren in één fysieke ruimte is een beproefd concept. Ict kan leren echter (deels) plaatsonafhankelijk maken. Dat is van waarde als samenkomen niet kan of als het betrekken van anderen op andere plekken nieuwe mogelijkheden biedt. Wie waar is, maakt minder uit. Denk aan:

  • iemand interviewen via videoconferencing
  • een broedend vogelpaar volgen via de webcam
  • thuis inloggen om nog wat schoolwerk te doen
  • van thuis uit de les volgen als je langdurig ziek bent

2 Tijdonafhankelijkheid
In veel klassen doen veel leerlingen op hetzelfde moment hetzelfde werk. Dat kan nuttig en praktisch zijn. Maar waarom zou je tegelijkertijd hetzelfde doen als dat voor bepaalde leeractiviteiten geen toegevoegde waarde heeft. Als het minder uitmaakt, wanneer je je werk doet. Ict biedt mogelijkheden om tijdonafhankelijk te werken, bijvoorbeeld door:

  • op verschillende momenten te kunnen bijdragen aan groepswerk ’in the cloud’
  • zelf een moment te kiezen om aan opdrachten te werken
  • zelf een moment te kiezen waarop je een instructiefilmpje wil bekijken

3 Maatwerk
Als leerlingen het meest leren in de ‘zone van naaste ontwikkeling’, zou je ze bij voorkeur elk regelmatig in die zone willen brengen en houden. Een ingewikkelde klus, maar ict kan hierbij helpen, bijvoorbeeld met:

  • adaptieve systemen die het individualiseren ondersteunen en zicht geven op de progressie van alle leerlingen
  • een digitaal aanbod dat differentiatie op tempo, inhoud en niveau ondersteunt

4 Effectiever samenwerken
Zowel leerlingen als leraren kunnen nog veel effectiever samenwerken door slim gebruik te maken van digitale media. Zo kunnen ze:

  • digitaal groepswerk plannen in toepassingen als Trello
  • snel informatie delen en opdrachten uitzetten in omgevingen als Google Classroom
  • snel informatie ophalen en verwerken via een digitaal formulier
  • tegelijkertijd individueel / in groepjes werken én op klasseniveau, bijvoorbeeld aan een gezamenlijk document

5 Directe feedback
Hoe sneller je feedback krijgt op een taak, hoe krachtiger deze werkt. Als je een toets maakt en die pas een week later nagekeken terug krijgt, is het effect van de feedback minder, dan als dat dezelfde dag nog gebeurt. In digitale systemen kun je de feedback zelfs direct maken. Voorbeelden zijn:

  • een zelfnakijkende toets met ingebouwde uitleg als een vraag fout beantwoord is
  • een virtueel proefje doen en direct het effect zien
  • de spelling- en grammaticacontrole in je tekstverwerker
  • jezelf terugzien of -horen in een opname

6 Anonimiteit
In een klassensituatie kan een vraag tot ongemak of sociaal wenselijke antwoorden leiden. Een discussie kan erbij gebaat zijn om eerst anoniem de meningen op te halen, om daarna in gesprek te gaan. Ook het bespreken van anoniem ingezonden werk kan zinvol zijn, bijvoorbeeld om in alle veiligheid ‘fouten’ te bespreken. Een voorbeeld:

  • stemmen, antwoorden of input geven, o.a. via Mentimeter of Plickers

7 Toeval

Werken met willekeurige prikkels, zoals beelden of trefwoorden, stimuleert de creativiteit en flexibiliteit. Een opdracht met een toevalselement brengt een zekere spanning met zich mee. Denk aan het beurtbakje met ijslollystokjes met de namen van al je leerlingen. Het kan ook digitaal. Het ‘de computer beslist’-effect kan ervoor zorgen dat een willekeurige keuze gemakkelijk wordt geaccepteerd. Denk aan:

  • een willekeurig item uit een set kiezen via het digitale ‘rad van fortuin’ Wheeldecide
  • de computer groepjes laten samenstellen

8 Data genereren en verwerken
Leerlingen laten werken in een digitale omgeving kan nuttige data opleveren. Dat kan zicht geven op de ontwikkeling van leerlingen. De leraar kan zo passende interventies doen op basis van gemeten vaardigheden. Denk aan:
  • leerlingen laten werken met Snappet of Gynzy om zicht te krijgen op hun vorderingen
  • visueel aanbieden van informatie over vorderingen, zoals in ontwikkelingslijnen

9 Multimediaal verpakte inhoud
Een (bewegend) beeld zegt meer dan duizend woorden. Interactie met informatie verhoogt de betrokkenheid en keuzevrijheid. Met multimedia kun je de lerende bovendien nog meer ‘onderdompelen’ in de stof. Dat geeft een rijkere ervaring rond de inhoud. Denk hierbij aan:

  • interactieve praatplaten
  • 360-graden-video, augmented en virtual reality
  • infographics

10 Multimediaal maken
Om zelf multimedia te maken heb je geen dure, geavanceerde gereedschappen meer nodig. Iedereen kan media maken. Het palet om het geleerde te verwerken en zo de bewijslast te leveren dat je wat geleerd hebt, is de afgelopen decennia enorm uitgebreid. Neem nu:

  • een green screen-opname maken over vulkanen
  • een leesverslag maken in de vorm van een vlog
  • een stop motion-filmpje maken over veilig verkeersgedrag
  • een animatie programmeren over de bloedsomloop

11 Verbreden van het publiek
Het ‘audience effect’ zegt dat hoe groter je publiek is, hoe beter je je best wilt doen. Bovendien kun je van meer mensen feedback krijgen als niet alleen je leraar, maar ook anderen je werk kunnen zien en beoordelen. Emeritus hoogleraar Robert-Jan Simons noemt dit het ‘verbreden van het publiek’. Ik heb dit effect ooit ‘eta-leren’ genoemd. Denk ook aan:

  • online publiceren van presentaties
  • een voor meer personen toegankelijk digitaal portfolio

12 Ultieme toegang tot informatie en tools
De leraar en het boek zijn nog steeds belangrijke, maar al lang niet meer de enige bronnen die je kunt raadplegen als je meer wilt weten over een bepaald onderwerp. Het internet biedt oneindig veel informatie in allerlei vormen (tekst, beeld, video, audio) die bovendien gemakkelijk te vinden en te doorzoeken is. Zo kun je:

  • razendsnel zoeken naar en vinden in online artikelen
  • doorklikken in gelinkt materiaal, net zo lang tot je hebt wat je nodig hebt

13 Nabootsing
Als je kunt rondkijken en oefenen in situaties die de werkelijkheid benaderen, wordt transfer van het geleerde naar de praktijk gemakkelijker. Deze waarde van digitale middelen geldt vooral voor:

  • virtual reality om veilig en gemakkelijk een andere wereld te verkennen (bijvoorbeeld het werken met machines)
  • simulaties op het internet om proefjes te doen, schakelingen te maken of effecten te testen

14 Leraaronafhankelijkheid
Als leerlingen weten wat ze moeten gaan doen en daar de bronnen voor bij de hand hebben kunnen ze meer en langer aan een stuk zelfstandig werken. De leraar heeft dan de handen meer vrij om andere leerlingen individueel of in kleine groepjes op maat te begeleiden, bijvoorbeeld om extra instructie te geven. Dat vraagt om voorbereiding. Denk aan:

  • opdrachten met instructies of uitlegfilmpjes klaarzetten
  • leerlingen tools geven om zelf te kunnen plannen, bronnen te kiezen en bewijslast voor de opgedane kennis te verzamelen

15 Automatiseren
De computer is hét apparaat om repetitieve, saaie taken van je over te nemen. Laat hem doen waar hij goed in is, zodat jij meer tijd over hebt om te doen waar jij goed in bent: de interactie met leerlingen. Neem bijvoorbeeld:

  • handwerk, zoals nakijkwerk, door de computer laten doen
  • oefenbladen genereren voor het oefenen met rekensommen
  • rekenwerk, bijvoorbeeld rond cijfers van toetsen, door de computer laten doen
  • spraakherkenning gebruiken om typewerk te vergemakkelijken
  • toepassingen gebruiken om planning, bijvoorbeeld van roosters of oudergesprekken te vergemakkelijken
  • vragen automatisch per leerling husselen in een toets

16 Eenvoudig bewerken
Digitaal materiaal is gemakkelijk te bewerken, te hergebruiken. Je hoeft daardoor bijvoorbeeld zelden ‘from scratch’ te beginnen als je iets gaat maken. Je maakt hier gebruik van:

  • als je varianten maakt op toetsen, presentaties, maar ook sets met bronnen, zoals in Padlet
  • als leerlingen hun werk moeten verbeteren

17 Motivatie
Veel leerlingen van nu vinden het leuk en prettig om regelmatig met digitale media te werken, bijvoorbeeld door de spelelementen, bijzondere belevingen en mooie graphics en geluiden… Zo kun je:
  • een educatieve game spelen
  • leerlingen virtueel rond laten lopen in het oude Rome in plaats van er een hoofdstuk over te lezen

Deze kans kent wel een kanttekening. Motivatie omdat iets nieuw is, is niet erg slijtvast. Na vaker gebruik kan een leuke activiteit minder leuk worden. Denk aan die ‘alweer een Kahoot’ zuchtende klas. Doseer dus als je media inzet vanuit dit perspectief.

Precisie
Ict biedt dus nogal wat kansen. Dat wil niet zeggen dat toepassingen die aansluiten bij deze kansen altijd werken. Je zult kritisch en creatief moeten blijven, precisie moeten aanbrengen in wat je wilt bereiken en hoe je dat doet. Vraag je daarom altijd af:

  1. Hoe leidt de inzet van dit middel tot beter leren? (verrijken)
  2. Hoe geeft de inzet van dit middel mij meer ruimte? (ontzorgen)
  3. Kan het ook net zo goed of beter zónder ict?
  4. Wat zijn eventuele nadelen of risico’s en hoe ga ik daarmee om?

Welke leerkracht van ict gebruik jij het meest? Welke mis je nog in deze verzameling? Laat het weten via de comments...

19 september 2018

Werken met meerdere Office365-accounts


Sinds enkele weken, maak ik gebruik van twee Office365-accounts. Het switchen tussen die accounts lukt niet goed als ik in één browser werk, ook niet als ik eerst alle vensters sluit en opnieuw inlog. Waarschijnlijk een kwestie van cookies.

Op mijn Macbook was dit eenvoudig op te lossen door een extra browser te installeren: Chrome voor het ene account, Brave voor het andere.

Op je Chromebook kun je echter geen extra browser installeren. Na enig zoeken kwam ik een simpele oplossing tegen: open een incognito-venster in Chrome en log daar in op het tweede account.

Betere verklaringen of antwoorden? Laat het even weten!

12 september 2018

Leertheorieën in de praktijk

Het behaviorisme, het cognitivisme, het sociaal-constructivisme en het constructionisme… vandaag verzorgden mijn collega Gert Custers en ik een bijeenkomst in Best voor de iCoaches in opleiding van Best Onderwijs. We wilden de deelnemers (nader) laten kennismaken met belangrijke leertheorieën en inzicht geven in hoe deze zich verhouden tot de inzet van ict. Met als uiteindelijk doel dat ze uiteindelijk bewuster, meer onderbouwd en doelgericht middelen inzetten en hun collega’s daarin verder brengen.

Wat we in elk geval niet wilden was een traditionele presentatie geven waarin we elke theorie zouden toelichten.

We kozen daarom voor de volgende aanpak:
  • Gert presenteerde het verhaal achter het connectivisme aan de hand van een collage op het digibord.
  • Vervolgens maakten we drie heterogene groepen die elk een 1-alinea-uitleg ontvingen over de andere drie te behandelen leertheorieën.
  • We gaven de groepen toegang tot een Powerpoint in Office365. Elk groepje kreeg daarin 1 dia. De groepen konden tegelijkertijd werken in deze presentatie.
  • De groepen kregen 30 minuten om zich verder te verdiepen in de betreffende theorie en hiervan een collage te maken op de Powerpoint-slide. Ze moesten daarnaast één concrete toepassing bedenken met Wheeldecide, een online toepassing waarmee je in een handomdraai een ‘rad van fortuin’ maakt met zelfgekozen begrippen.
  • Na het half uur starten we in plenaire setting de Powerpoint en mochten de groepen hun resultaat presenteren in 5 minuten per groep, gevolgd door een korte evaluatie van de aanpak. Hierin vroegen we ook naar welke leertheorieën je onder de gehanteerde aanpak zou kunnen leggen.
Deze aanpak leidde tot een grote betrokkenheid, er werd snel informatie gezocht en verwerkt en het eindresultaat was meteen vastgelegd om nog eens naar terug te kunnen grijpen. Bovendien leverde het direct concrete ideeën op voor de praktijk: verschillende manieren om Wheeldecide in te zetten én de werkvorm met het synchroon samenwerken aan een presentatie ‘in the cloud’, wat natuurlijk ook met leerlingen kan worden gedaan.

01 september 2018

Hoe krijg ik een knipperende H in mijn Google Presentatie?

Hoe krijg ik een knipperende H in mijn Google Presentatie? Kijk, dat vind ik een leuke ik-heb-het-nog-nooit-gedaan-dus-ik-denk-wel-dat-ik-het-kan-vraag. Ik ben er meteen mee aan de slag gegaan.

Aanleiding: een presentatie waarin ik een aantal slides uit een eerdere bijeenkomst nog eens terug wilde laten zien.

Ik begon met kijken wat er kan met de animatie-functie in Google Presentaties, maar dat leverde niet het gewenste resultaat op. Ik zocht vervolgens een kant-en-klare animated gif, maar vond geen nette knipperende H.

Vervolgens vond ik wel een afbeelding van een H. Die laadde ik in de gratis online Gifmaker, waarna ik hem verkleinde naar 500 x 500 pixels. Nu had ik nog een wit blokje nodig van dezelfde afmeting. Google hielp me met de zoekopdracht "white background 500 x 500". Even inladen en de animated gif was klaar en kon geïmporteerd worden in de Google Presentaties.



Download hier de afbeelding.

17 augustus 2018

Gelezen: 'Grammatica van de fantasie' - Gianni Rodari

In 1973 schreef de Italiaanse kinderboekenschrijver Gianni Rodari zijn 'Grammatica van de fantasie'. Dit jaar is er een Nederlandse vertaling verschenen van dit sprankelende werk over de kunst en het nut van het verzinnen van verhalen. Rodari beschrijft een aantal praktische technieken / werkvormen om met kinderen verhalen te bedenken en ventileert zijn ideeën over de functie van het verbeelden, de fantasie en de vervreemding.

De belangrijkste boodschap die ik uit het boek haal is deze: om kinderen de werkelijkheid te laten begrijpen, hebben ze naast een leerkracht die dingen vertelt en uitlegt ook het fantasie-spel met die werkelijkheid nodig. Wetenschap én fantasie, non-fictie én fictie zijn twee kanten van dezelfde medaille, ze hebben elkaar nodig.

Een mooi voorbeeld daarvan is het samen bespreken van een 'Wat als-vraag'. De vraag 'Wat zou er gebeuren als iedereen in Sicilië zijn knopen zou verliezen?' lijkt nutteloos, want dat gaat toch nooit gebeuren? Maar in de dialoog leren de kinderen de functie van knopen kennen en onderzoeken ze de alternatieven (voor een jas, de kussens van een bankstel) en komen wellicht ook de knopen in een touw aan bod of zelfs de eenheid van snelheid voor de scheepvaart.

Uit ervaring vertelt Rodari hoe kinderen geboeid raken door dit soort oefeningen én dat ze hierbij verrassend creatief en wijs voor de dag kunnen komen. Rodari wijst er op dat de wetenschap ook gebruik maakt van dit soort oefeningen. Lees mijn blog over het gedachte-experiment, die daar op aansluit.

Andere beschreven technieken om verhalen te bedenken zijn:

  • het cognitieve conflict oproepen door twee willekeurige woorden te kiezen met de opdracht die te verbinden (de 'fantastische tweeterm')
  • een dwingende vorm zoals een limerick voorschrijven
  • varianten laten maken op bestaande verhalen (je kunt daarbij 'functies' aanbieden die vaak in verhalen voorkomen, zoals 'de held krijgt een moeilijke opdracht' of 'de slechterik is slim, maar heeft één zwakke plek')

Rodari is nadrukkelijk ook pedagoog. Met veel liefde schrijft hij over de verbindende kracht van (sprookjes) voorlezen, waarbij het kind om 'meer' of 'nog een keer' vraagt, niet vanwege de inhoud van het sprookje, maar om het intieme moment met de voorlezer nog wat te rekken.

Verwacht geen strak gestructureerd handboek. De tekst lijkt eerder voor de vuist weg geschreven en in een informele stijl. Anekdotes verrijken de theorie. Zo is er het verhaal van de leerkracht die aan de verzameling poppen voor de poppenkast een pop toevoegde die eruit zag als de leerkracht zelf. Zodra de kinderen opgingen in hun spel, observeerde hij hoe de rol van de leerkracht-pop werd ingevuld. Krachtiger feedback bestaat niet, aldus de leerkracht.

Het boek is uitgegeven door uitgeverij Tutti. Ook verkrijgbaar via Bol.com