03 januari 2009

Is er leven na de dood?

Het is een vraag die ons allemaal wel eens bezig houdt: is er leven na de dood? In 'Waarom zouden we doodgaan?' gaat Mathieu Weggeman op zoek naar de grote vragen rond leven en dood en de zin van dat alles. Het is een smeuïg, persoonlijk en luchtig geschreven boek van de auteur die we vooral kennen van boeken over kennis en management. Herkenbaar is diens tongue in cheek humor. "Je bent benieuwd naar wat je straks weer zult denken, doen of zeggen", schrijft hij over onze drang onze eigen identiteit steeds maar opnieuw te beleven. En met de vragen die in het boek gesteld worden, ben je niet zo maar klaar: hoe oud zou je willen worden, als je het voor het zeggen had en erop mag vertrouwen dat je in goede gezondheid bent en in aanwezigheid van je naasten?

Als het gaat om wat er met ons gebeurt na de dood zijn er volgens de auteur vier opties, die hij vervolgens als keuzes formuleert. (Over een van de opties heeft Freek de Jonge in 1997 het lied 'Leven na de dood' geschreven). Welke keuze je maakt, bepaalt voor een belangrijk deel ook hoe je zin ervaart in het leven voor de dood. De auteur betoogt dat die keuze daarmee waarheid wordt, jouw waarheid, waar niemand iets aan kan afdingen, ook omdat voor noch tegen de genoemde opties keihard bewijs bestaat.

Die visie is een uiting van wat Mathieu Weggeman het 'neo-naïvisme' noemt. Hij introduceert in het boek deze nieuwe filosofie of levensbeschouwing in het slothoofdstuk. Het begrip drukt uit dat je een naïeve (lees: als een kind) zoektocht naar de waarheid kunt volgen. In tegenstelling tot een kind, kun je als volwassene echter reflecteren op je 'kind zijn', dankzij de wijsheid die je in het leven hebt opgedaan. 'Neo' betekent dan een opnieuw, maar anders beschouwen van de werkelijkheid.

Het neo-naïvisme van Mathieu Weggeman is onder andere geïnspireerd door het gedachtengoed van filosofen als Hegel, Schiller, Kierkegaard, Michel Foucault, Nietzsche en Bakoenin, het Zen-boeddhisme en het Taoïsme en de wereld van kunst en cultuur. Met een parodie op de poeha van hen die van mening zijn de enige waarheid verkondigen, zet de auteur de zeven leerstellingen van zijn neo-naïvisme neer:
- De mens is van oorsprong naïef, geneigd tot alle goeds en te vertrouwen.
- Men kan de eigen naïviteit vergroten door te oefenen.
- De mens is alleen dan helemaal mens als hij speelt.
- Taal is om mee te spelen.
- Het enige dat telt is vakmanschap. Denk- en doewerk moeten hoogwaardig en stijlvol zijn, maar bedenk altijd dat waarheid schoonheid kost.
- Waarheid ontstaat door bewijs óf geloof. Zowel wetenschappelijke wetten als fantasieën en illusies hebben reële consequenties voor de werkelijkheid en voor de wereld zoals wij die waarnemen; daardoor zijn ze waar.
- De werkelijkheid is hier-en-nu en kan worden gedanst, gespeeld, gepraat, gezongen, gedicht, gebouwd, geschilderd enzovoort.

Het zijn stellingen waar ik wel aan wil hangen, of toch in elk geval van wil leren. Daar zijn het immers leerstellingen voor.

Al met al een boek dat je tussen de regels, bladzijden en hoofdstukken door een flink pak 'food for thought' geeft, waarbij er geen eindstation is, maar wel een boeiende, prikkelende reis. Of om uit het boek te citeren: "Still confused but on a higher level".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen